Nieuws


29-10-2007 8:02

 

Material World koppelt vormgeving en technische expertise aan elkaar. Op zaterdag 10 november van 11.00-17.00 uur staat de derde editie van Material World in het teken van productinnovatie. Drie ontwerpers zijn uitgedaagd tot het ontwikkelen van een nieuw product in samenwerking met een productiebedrijf, waarbij het materiaal en de productietechnieken van het bedrijf het uitgangspunt zijn. Daarnaast is er een programma waarbij diverse sprekers ingaan op het belang en de meerwaarde van de synergie tussen vormgever en bedrijf.

Speciaal voor Material World 2007 ontwikkelden drie ontwerpers in samenwerking met een drietal productiebedrijven een product voor de buitenruimte, in het thema ‘De tuin als verlengde van de woonkamer'. Deze producten worden voorzien van context door presentaties en case studies van onder meer Richard Hutten, Ronald Koster, Aad Krol, Ben Oostrum en Govert Visser over het belang en de meerwaarde van de synergie tussen vormgever en bedrijf. Hierbij komt ook de invloed van deze synergie op de culturele en economische ontwikkeling van de stad aan bod. Moderator van deze dag is Carolien van den Akker.

Lara de Greef presenteert in samenwerking met Boers & Co Plaatwerkindustrie een nieuw product van staal. Natuursteen van Timmerman Natuursteen is voor Mariëlle Wichards het uitgangspunt. Bij Berckenrode Groep Schiedam Houtbewerking is Marly Weemen aan de slag geweest voor een product van hout. De drie ontwerpers brengen naast hun nieuwe producten in beeld hoe zij zijn omgegaan met staal, hout en natuursteen, en hoe de samenwerking is verlopen met de bedrijven. Daarnaast kunnen experts op het gebied van vormgeving, bedrijven en ander geïnteresseerden in interviews, een lunchdate en een meet & greet-contact leggen en geïnformeerd worden over alle onderwerpen die deze dag de revue passeren. In de aula van het Stedelijk Museum worden producten van 2007 en voorgaande edities tentoongesteld. Adri Huisman maakt een tuininstallatie op het plein van het Stedelijk Museum Schiedam.

Locatie: Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 110-112, Schiedam.

26-10-2007 8:36


De inschrijvingstermijn voor de Bouw in Beeld prijs 2008 is van start gegaan. Voor het tweede achtereenvolgende jaar kunnen fotografen hun voorstel voor een fotoserie inzenden waarin de relatie tussen de disciplines fotografie en architectuur centraal staat.

"De competitie biedt Nederlandse fotografen de kans zich te presenteren op belangrijke culturele podia en mee te dingen naar een geldprijs van 10.000 euro", aldus de organisatie van het evenement. De fotografieprijs is een initiatief van de Edgar Degas Stichting in samenwerking met Ballast Nedam. 

Dit jaar worden fotografen onder de noemer Mijn Ruimte, Mijn Plek uitgedaagd om de emotionele relatie tussen mens en ruimte te verbeelden. Een selectiecommissie bestaande uit beeldend kunstenaar Ine Lamers, fotografen Marcel van der Vlugt en Jan Zwart, Kim Bouvy (curator Bouw in Beeld tentoonstellingen) en Chris Mos (directeur commercie en communicatie van Ballast Nedam Bouw en Ontwikkeling) selecteert tien fotografen die hun serie kunnen realiseren.

Het gemaakte werk wordt van 17 juni t/m 12 juli 2008 geëxposeerd in het Atrium van het stadhuis in Den Haag. Tijdens de vernissage zal de winnaar van de Bouw in Beeld prijs 2008 bekend worden gemaakt. De tentoonstelling reist na juli door naar andere Nederlandse culturele podia.

Tijdens de eerste Bouw in Beeld prijs 2007 zonden ruim zeventig fotografen hun werk in voor de opdracht GebouwGezichten. De fotoseries van twaalf finalisten werden van maart tot mei 2007 tentoongesteld in het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam. Maarten van Schaik (1973), die in 1997 afstudeerde aan de Amsterdamse Rietveld Academie, sleepte met zijn vierdelige serie de Bouw in Beeld prijs 2007 in de wacht.

De recent opgerichte Edgar Degas Stichting heeft zich ten doel gesteld om podia te bieden die de ontwikkeling van kunst en cultuur stimuleren. Naast fotografie kunnen in de toekomst ook andere disciplines aan bod komen. Deadline voor inzending voor de Bouw in Beeld prijs 2008 is 30 november 2007. De voorwaarden voor inzending staan op www.bouwinbeeldprijs.nl.
24-10-2007 16:47
 

Het iF International Forum Design GmbH Hannover heeft nu ook een eigen vestiging in München. Het nieuwe iF Team bestaat uit Sybilla Pütz en - vanaf 1 november - Louisa Erbguth.
24-10-2007 8:32



Vernieuwende ontwerpen van radiatoren moeten technisch mogelijk gemaakt worden in plaats van design aan te passen aan de stand van de techniek. Daarom is radiatorfabrikant Jaga een partnerschap aangegaan met de Stichting Via Milano – New Dutch Design.

Stichting Via Milano – New Dutch Design is een initiatief van de Beroepsvereniging Nederlandse Ontwerpers (BNO). De belangrijkste activiteit van de stichting is een jaarlijkse tentoonstelling tijdens de Woonbeurs, waarbij Nederlands ontwerp wordt gepresenteerd aan een zo groot mogelijk publiek. In de stand van Via Milano was onlangs dus ruim aandacht voor Jaga’s unieke radiator Heatwave, een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Joris Laarman. De radiatorfabrikant hoopt in de toekomst meer unieke Nederlandse ontwerpen door middel van Via Milano extra aandacht te kunnen geven.

De directe aanleiding voor de samenwerking ligt in het succes van de onconventionele designradiator Heatwave. Mede daardoor wil Jaga in de toekomst nog meer ruimte bieden aan onder meer Nederlandse ontwerpers om radiatoren een ander aanzien te geven. Daarbij gaat design vooraf aan techniek: de uitdaging ligt bij de specialisten van Jaga om een vernieuwend ontwerp ook technisch mogelijk te maken.

Jaga is niet het eerste bedrijf dat een partnerschap aangaat met Via Milano. Al diverse bedrijven gingen de fabrikant voor, waaronder Koninklijke Ahrend, Piet Boon, Letter Z Design, Arctic Papers Benelux, Solar Initiative en het Stijlinstituut Amsterdam.

24-10-2007 8:26



De Dutch Design Week is in volle gang. Deze week is daar de Nederlandse introductie van de B’Kini Chair van Wiel Arets geweest. Voor Gutzz, een nieuw  merk van eigen bodem, ontworpen. De B’Kini Chair is te zien in het Design Huis, dat tijdens de Dutch Design Week officieel geopend is.


Vanaf 1 oktober heeft de firma Gutzz haar nieuwe bedrijfspand in gebruik genomen. Mét showroom. Hier staat de complete Gutzz-collectie: van de manshoge vazen van Chinees Tung-hout en de schalen met geitenhaar tot de met wit gecapitonneerd leer bekleedde plantenbakken. Stuk voor stuk het resultaat van de spannende symbiose tussen eigentijds Dutch Design en traditioneel vakmanschap uit het Oosten.
Het pand van Gutzz is getekend door architect Jos Cuijpers. Hij combineerde openheid en ruimtelijkheid met veel glas voor optimale lichtinval. Behalve de showroom heeft Gutzz hier ook haar kantoren en magazijn gevestigd. Het nieuwe adres is: Van Dijklaan 6 in Waalre, aan de rand van Eindhoven.

Om de ingebruikname van het nieuwe bedrijfspand feestelijk te vieren, nodigen Paul, Jasper, Cees en Ellen Borst u bij deze van harte uit om op zaterdag 3 november met hen het glas te heffen. Geïnteresseerden zijn welkom tussen 17.00 en 20.00 uur. Aansluitend vinden de open-deur-dagen op maandag 5, dinsdag 6 of woensdag 7 november plaats.

22-10-2007 8:32


Ze zijn bekend, de winnaars van de ‘Oscars' van Dutch Design. Elf in totaal. Elf van de meer dan vijfhonderd aanmeldingen voor de Nederlandse Design Prijzen. Zaterdagavond 20 oktober ontvingen ze op Strijp-S - ‘de creatieve broedplaats van Eindhoven'- de prestigieuze Nederlandse Designprijs 2007.

De elf winnaars zijn:

- Mediamatic, El Hema tentoonstelling, uit Amsterdam;
- De Designpolitie, Gorilla, uit Amsterdam;
- ...,Staat, House of Bols, uit Amsterdam
- Maurice Mentjens Design, DSM Vergader- en ontvangstruimte, uit Holtum;
- Landlab, Funenpark, uit Arnhem;
- Scope Design Strategy, SmartFIX, uit Amersfoort;
- Evert Nijland, Venezia, uit Amsterdam;
- Qrooz Marine Cabins BV, Qrooz, uit Schiedam;
- Senz Umbrella's, Senz Orginal Stormparaplu, uit Delft (Eindhovense Designprijs);
- Sanne Kistemaker, Piece of Family, uit Delft (Design for All Award).

Elk van de elf winnaars onderscheidt zich binnen een specifiek binnen kader van design. Daarnaast hebben ze gemeen, concreet toegevoegde waarde te leveren aan product-technische of sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Sprekend voorbeeld daarvan is zonder meer het design ‘Piece of Family' van de 21-jarige Sanne Kistemaker: een computer interface dat veel weg heeft van een boek met schrijfblok. Oudere mensen die minder handig zijn met computers, kunnen er verhalen, foto's en briefjes op kwijt, die vervolgens met één simpele druk op de knop worden gescand en op het wereldwijde web worden gepubliceerd. Volgens de vakjury is dit ontwerp ‘de definitieve overbrugging van de digitale kloof tussen de oudere en de jongere generatie'.

 

 

21-10-2007 21:10

Op het gebied van verlichtingsonderwijs valt nog een wereld te winnen. Berlux Lichtarchitectuur voorziet in de kennishiaten door het aanbieden van diverse soorten cursussen. Deze cursussen worden, naast Zwolle en Delft, nu ook in Antwerpen verzorgd.

De laatste cursussen van 2007 zijn:

Cursus Lichtarchitectuur; 4 woensdagavonden in Delft op 7, 14, 21 en 28 november.

Cursus Verlichting en lichtontwerp - basis; vrijdag 7 december in Zwolle.

Cursus Verlichting en lichtontwerp - gevorderden; 2 dinsdagen in Zwolle op 11 en 18 december.

Het nieuwe rooster 2008 is op http://www.lightingdesignacademy.org/ te vinden.

19-10-2007 8:31


Dit najaar verschijnt de tweede editie van ‘Vers'. Voor wie het de vorige keer heeft gemist: Vers is een bijzondere publicatie en tevens een website die samen een actueel overzicht geven van het werk van jonge ontwerpers vanuit verschillende ontwerpdisciplines. Vers wordt gepresenteerd en verkocht tijdens de manifestatie ‘Papier Hier' in Pakhuis de Zwijger, op 17 november.

Vers is een initiatief van de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) en drukkerij Spinhex & Industrie en is inmiddels uitgegroeid tot een gedegen overzicht van jong ontwerptalent in Nederland. Een staalkaart van stijlen, richtingen en visies waarmee jong ontwerpend Nederland een eigen frisse kijk geeft op actuele vormgeving.

De tweede editie bestaat wederom uit de papieren ‘groentenzak', gevuld met A5 kaarten met een full color afbeelding van het werk van de jonge ontwerpers.  Het ontwerp van Vers is van Saar Manders (saar-ontwerp.nl), Nienke Schachtschabel (schsch.nl) en Frederik Molenschot (frederikmolenschot.nl). Belangrijkste doel van de publicatie is dat de deelnemende ontwerpers niet alleen de gelegenheid hebben om zichzelf aan elkaar te presenteren, maar vooral ook aan potentiële opdrachtgevers. Vers wordt daarom verspreid door de BNO onder belangrijke contacten binnen en buiten de ontwerpbranche.

Op 17 november wordt tijdens de manifestatie ‘Papier Hier' in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam de tweede editie van Vers gepresenteerd. Papier Hier is de jaarlijkse manifestatie van Grafisch Papier, waar vormgevers, drukkers, uitgeverijen, fotografen en illustratoren zich kunnen laten inspireren op papiergebied. Op het programma staat onder andere de presentatie van Grafisch Nederland 2008 en de bekendmaking van De Bestverzorgde jaarverslagen 2007. Zie ook: www.grafischpapier.nl.

Geïnspireerd door de zak met beelden kun je meer informatie en beelden van nog veel meer ontwerpers vinden op de website van Vers. Deze website wordt het hele jaar door actueel gehouden en door de ontwerpers zelf bijgehouden.
www.bno.nl/vers.

Vers is een project van Spinhex & Industrie,  Arctic Paper, Grafisch Papier, WEBclusive en BNO.

 

19-10-2007 8:26

seat4---205

In één jaar tijd ondergaan meer dan 75 Seat-showrooms in Nederland een ingrijpende restyling. Doel hiervan is de merkbeleving in de showrooms te versterken. Bureau Moodies tekent voor het brand styling concept, de ontwerpen en de uitvoering.

seat3---198

Moodies verkreeg de opdracht in 2006 na een pitch waaraan nog vier andere bureaus deelnamen. Het bureau onderscheidde zich met een concept waarmee alle showrooms hun eigen identiteit behouden en tegelijkertijd één sterke merkuitstraling krijgen.

seat1---114

In het najaar van 2006 ontwierp Moodies de interieurelementen, bewerkte het bureau beeldmateriaal en selecteerde het aanvullende stylingmaterialen. Grote, impactvolle items zorgden voor het 'grote gebaar' en kleinere details zorgden voor 'het puntje op de i'. Voor iedere showroom werd de juiste combinatie van items bepaald, waarbij de dealer zelf ook inspraak heeft.

Begin 2007 werd de productie opgestart en vanaf mei werden in record tempo alle Seat-showrooms omgebouwd. Het overgrote deel van de showrooms zal naar verwachting nog voor het einde van dit jaar zijn voorzien van een nieuwe uitstraling.

Moodies werd in 2001 opgericht. De moodmakers van het bureau zijn gespecialiseerd in interne communicatie, externe communicatie en brand styling http://www.moodies.nl/

seat2---190

 

19-10-2007 8:16


Zeven jaar duurde de inventarisatie van de archieven van de Nederlandse architect Pierre Cuypers. Nu dit karwei geklaard is en het archief wordt gepresenteerd in de eerste grote overzichtstentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam en Maastricht, is het tijd voor discussies, debatten en lezingen rond deze grootmeester. Van oktober tot januari organiseert het NAi Maastricht verschillende lezingen.

P.J.H. Cuypers: Gebouw en Stad
donderdag 8 november, 20.00 uur
door Aart Oxenaar, directeur van de Academie van Bouwkunst Amsterdam
‘Pierre Cuypers ontdekte dat traditionele architectuurtypen niet meer zonder meer geïmplementeerd konden worden in de stad, maar dat de architect - wil hij een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren met zijn werk aan het straatbeeld - daarop moest reageren', stelt Aart Oxenaar. In deze lezing gaat hij in op het werk van Cuypers in een stedenbouwkundige setting.

De houdbaarheid van een restauratie
donderdag 22 november, 20.00 uur
door Régis de la Haye, diaken aan de Basiliek van Onze Lieve Vrouw 'Sterre der Zee' in Maastricht en docent kerk- en kunstgeschiedenis.
Honderd jaar na dato wordt de restauratie van de Basiliek van Onze Lieve Vrouw 'Sterre der Zee' nader onder de loep genomen. Diaken Régis de la Haye bespreekt dit restauratiewerk van Cuypers vanuit de beleving van de huidige gebruikers. Hoe waarderen kerkgangers en geestelijken de restauratie van Cuypers na honderd jaar?

Het huis van Cuypers
donderdag 13 december, 20.00 uur
door Bernadette van Hellenberg Hubar, mede-oprichtster van het Cuypersgenootschap.
Eind 1852 werd de firma Cuypers & Stoltzenberg opgericht. Een jaar later volgde het gebouw waarin de kunstwerkplaats tot leven kwam. Deze kunstwerkplaats was een modern equivalent van de middeleeuwse bouwloods: kunstenaars en ambachtslieden werkten er samen onder leiding van de bouwmeester (Cuypers). In de werkplaats werd niet alleen een gebouw ontworpen, er werden ook altaren, gebrandschilderde ramen, meubilair en beeldhouwwerken gemaakt. In 1892 kwam er door een ontploffing en een faillissement van Stoltzenberg een eind aan de firma Cuypers & Stoltzenberg. Cuypers en zijn zoon Jos gingen verder onder de naam Cypers & Co. Bernadette van Hellenberg Hubar gaat verder in op deze bijzondere werkplaats en op de 'Cuyperscode' een Artificial RealityGame (ARG) waarvan het introductiespel vorige maand gelanceerd is.

Verder met Cuypers
donderdag 6 januari, 14.00-17.00 uur
Twee lezingen over restauratie:
‘De restauratie van Kasteel de Haar in Haarzuilens' door architect Cor Bouwstra.
Bij Kasteel de Haar ging het Cuypers om het creëren van een ideale toestand: een verbeterde werkelijkheid. Het werd een geheel nieuw Gesamtkunstwerk en met een duizelingwekkend aantal tekeningen ook zijn best gedocumenteerde project. Kasteel de Haar is representatief voor zijn opvattingen over restaureren waarin nieuwbouw een geoorloofd middel was.
‘De restauratie van het Rijksmuseum' door Anne van Grevenstein, directeur Stichting Restauratie Atelier Limburg.
Onder leiding van Anne van Grevenstein is de Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) bezig met de restauratie en reconstructie van Cuypers' decoratieschema in het Rijksmuseum. Maar wat komt er allemaal kijken bij een dergelijke reconstructie en restauratie? Waar begin je? Hoe pak je het aan? Tijdens deze lezing zal Anne van Grevenstein een kijk achter de schermen geven.

Inschrijven: www.nai.nl/inschrijven of telefoon: 043 - 3503020. Toegang: 5 euro. Plaats: NAi Maastricht, Avenue Ceramique 226, Maastricht.

Meer informatie over de lezingen en de sprekers is te vinden op www.nai.nl

Gisteren (donderdagavond) was de eerste lezing van Linda Vlassenrood, curator van de tentoonstelling: Inleiding op ‘Cuypers. Architectuur met een missie'. Beroemd is Pierre Cuypers om zijn ontwerpen van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam, zijn vele kerken en de restauratie van Kasteel de Haar. Berucht is hij om zijn positie in het debat over de betekenis van architectuur in relatie tot religie en gemeenschapszin. Cuypers was een gepassioneerde en bevlogen architect met een missie: hij geloofde in een samenlevingsideaal, in een architectuur die de maatschappij kon veranderen, in het ‘Gesamtkunstwerk' en in de neogotiek als enige gerechtvaardigde architectuurstijl.
 

17-10-2007 10:31


Met als thema ‘Light of tomorrow' daagt de International Velux Award architectuurstudenten vanuit de hele wereld uit om met daglicht te werken. De registratie van de inschrijvingen is sinds 1 oktober geopend.

Velux ziet het als zijn missie om daglicht, frisse lucht en de kwaliteit van het leven in het algemeen te bevorderen. De award is bedoeld als aanmoediging en uitdaging voor architectuurstudenten om het thema daglicht in de breedste zin te verkennen, met het oogmerk om een beter inzicht van deze specifieke en uiterst belangrijke bron van licht en energie te krijgen. Alle studentenprojecten zullen worden beoordeeld door een jury, bestaande uit internationaal erkende architecten die representatief zijn qua invalshoek en qua geografie.

De International Velux Award omvat geen specifieke categorieën, noch vereisten inzake het gebruik van specifieke materialen of Velux-producten. De projecten kunnen op velerlei zaken betrekking hebben: het ontwerp van gebouwen of nieuwe inzichten op het gebied van daglicht in de context van het leven in de stad of andere meer abstracte zaken. De focus kan daarbij gericht zijn op esthetische aspecten of op functionaliteit, duurzaamheid of de interactie tussen gebouwen en hun omgeving.

De prijs erkent architectuurstudenten én hun docenten. Studentenprojecten dienen ondersteund te zijn door een docent van een architectuuropleiding. Prijzen worden toegekend aan student en docent samen als winnend team. Het totale prijzenbedrag bedraagt 30.000 euro. De winnaars worden bekendgemaakt en gehuldigd tijdens het Award-evenement, dat in november 2008 zal plaatsvinden.

De prijs is een essentieel onderdeel van de Velux-strategie die een sterke focus legt op kwalitatieve aspecten van daglicht in gebouwen, in lijn met de relevantie van de producten van het bedrijf. De International Velux Award vindt om de 2 jaar plaats en vloeit voort uit de  contacten die Velux heeft met de bouwwereld, in het bijzonder met architecten en opleidingsinstituten. Daarbij streeft het bedrijf naar een open uitwisseling van ideeën over daglicht, met ruimte voor nieuwe inzichten en experimenten, gericht op de toekomst.

In 2006 bedroeg het aantal inschrijvingen 557. De projecten waren afkomstig uit 53 landen en het aantal betekende een verdubbeling ten opzichte van 2004. Uit het aanzienlijke aantal studenten koos de jury twintig winnaars uit twaalf verschillende landen. Een bevestiging van de relevantie van het internationale karakter van de discussie over daglicht en architectuur. De award wordt georganiseerd in samenwerking met de International Union of Architects (UIA) en de European Association for Architectural Education (EAAE).

Studenten dienen hun intentie om deel te nemen kenbaar te maken voor 8 maart 2008. Projecten dienen voor 8 mei 2008 te zijn ingediend. Inschrijven kan middels een registratie op www.velux.com/iva. Meer informatie en het laaste nieuws over de award is ook op de internetsite te vinden.

 

 

 

15-10-2007 8:45


Gebouwen met onregelmatige, gekromde vlakken zijn de laatste jaren populair geworden onder architecten. Maar de concrete uitvoering van dit soort gebouwen blijkt vaak problematisch. Onderzoeker ir. Martijn Veltkamp heeft een systeem ontwikkeld waarmee BLOB's gemakkelijker te realiseren zijn. Hij promoveerde op 17 september op dit onderwerp aan de TU Delft.

Onregelmatig gevormde gebouwen met vlakken die in twee richtingen krommen, ook wel bekend als ‘BLOB's', zijn in de laatste 10 jaar in de belangstelling komen te staan dankzij nieuwe en gebruiks­vriendelijke modelleringsoftware. Deze software komt uit de film-, auto- en vlieg­tuigindustrie en is nu dus ook bij architecten in gebruik.Maar terwijl architecten vooral de vormmogelijkheden ervan benutten om er fraaie gebouwontwerpen mee te maken, ging de trend voorbij aan de technische disciplines die zijn betrokken bij de realisatie van de gebouwen.

Dit leidde ertoe dat BLOB-gebouwen weliswaar aan alle functionele en constructieve eisen voldeden, maar toch geen voldoening gaven. Zo komen de constructieve vorm en de architectonische vorm vaak niet overeen en is het onmogelijk om de sterkte van de constructie lokaal te optimaliseren, waardoor het materiaalgebruik onnodig hoog is.

Onderzoeker Martijn Veltkamp, die promoveerde aan de Delftse faculteit Bouwkunde, heeft daarom systemen ontwikkeld waarmee BLOB's gemakkelijker te realiseren zijn. Een voorbeeld van zo'n systeem zijn de zogenoemde Deltaribben, een netwerk van krommende en torderende ribben. De ribben hebben een driehoekige doorsnede en zijn samengesteld uit drie op maat gesneden gekromde staalplaten; ze bestaan uit componenten die op maat gemaakt worden voor een specifieke plek in de constructie. Een heleboel van deze ribben samen vormen een netwerkconstructie. Een belangrijk kenmerk is dat de ribben worden gemaakt met bestaande technieken.

Een architect kan de Deltaribben gebruiken als constructie voor zijn ontwerp. Afhankelijk van de grilligheid van de gewenste BLOB zoekt hij een optimum in een open of juist dicht netwerk, met dunne of dikke ribben. Het Deltaribben-systeem is nog niet in een gebouw toegepast, maar wel uitgewerkt tot drie prototypen op ware grootte, gemaakt van plaatstaal. Het systeem is ook toegepast op een gebouwontwerp. Het onderzoek heeft volgens Veltkamp aangetoond dat het systeem ongeëvenaarde vormvrijheid biedt, waarbij nog altijd een rationele productiewijze mogelijk is.

 

 

15-10-2007 8:36

Van 20 tot en met 28 oktober houdt Design Academy Eindhoven zijn jaarlijkse eindexamen expositie: Graduation Galleries 2007. De tentoonstelling vindt plaats in de Witte Dame in Eindhoven, het monumentale fabriekspand waar Design Academy Eindhoven gehuisvest is. Verfijning en geheimzinnigheid kenmerken de getoonde ontwerpen van deze afstudeerlichting. De tentoonstelling zal een compleet overzicht geven van de actuele werken van de graduates van Design Academy Eindhoven. Niet alleen worden afstudeerprojecten van de Bachelors getoond, maar ook het werk van de studenten van de Mastersopleiding.

Het transformeren van taal, het uitdagen van de zintuigen, het ervaren van ruimte en licht, plus de schoonheid van verbergen, het plezier van opbergen, het genot van aanraken en de pure realiteit van het zijn, kunnen gezien worden als zoektochten naar de kwaliteit van leven. De studenten tonen dit met bijvoorbeeld een boek over de identiteit van mensen met rood haar, een sjaal die geheel door zijderupsen gemaakt is, plakband dat een tweede leven geeft aan afgedankte meubels of voetstickers die de sensatie laten ervaren van het sporten op blote voeten.

Design Academy Eindhoven is opgericht in 1947 als Academie voor Industriële Vormgeving. De opleiding leidt studenten op tot experts op het gebied van productdesign, ontwerpen voor communicatietoepassingen, omgevingsvormgeving, interieurontwerp, autodesign en het ontwerpen van nieuwe media toepassingen. Vanwege de 60e verjaardag van de academie zal de tentoonstelling een extra feestelijk tintje krijgen. Het startsein voor het jubileumjaar werd gegeven op de Salone Internazionale del Mobile in Milaan 2007 met het werk van drie generaties afgestudeerden. Deze tentoonstelling zal in december 2007 te bewonderen zijn in het nieuw te openen Designhuis in Eindhoven.

Het Designhuis in Eindhoven wil een podium bieden waar design, kunst en technologie op inspirerende wijze worden verbonden. Met exposities, evenementen, symposia en een galerie-winkel biedt het Designhuis een plek waar Dutch Design een gezicht krijgt en stimuleert het interactie tussen verschillende disciplines. Het Designhuis is een initiatief van Li Edelkoort, voorzitter van het bestuur Design Academy Eindhoven en is tot stand gekomen in samenwerking met gemeente Eindhoven, Design Academy Eindhoven, Ontwerpersgroep Yksi, het Van Abbemuseum, Design Connection Eindhoven/region en Stichting Brainport. Het Designhuis is gevestigd naast het Van Abbemuseum in Eindhoven.

Locatie: Design Academy Eindhoven, Gebouw 'deWitteDame', Emmasingel 14, 5611 AZ  Eindhoven (5 minuten van het station; parkeergelegenheid aanwezig).

Entree: 10 euro, gratis toegang voor kinderen tot 16 jaar en studenten op vertoon van  studentenpas.

Openingstijden

20 oktober: 13.00-18.00 uur

21 t/m 24 oktober: 11.00 -18.00 uur

25 en 26 oktober: 11.00-22.00 uur

27 3n 28 oktober: 11.00-18.00 uur

15-10-2007 8:24


Rotterdam 2007 City of Architecture en de Academie van Bouwkunst Rotterdam houden op donderdag 15 november het seminar ´Tradition Today´ over de populariteit van de traditionele tendensen in architectuur en stedenbouw in Nederland. Juist in een land als Nederland en bij uitstek in een stad als Rotterdam, waar het modernisme sterk geworteld is in het denken over architectuur en stedenbouw, verdient dit onderwerp serieuze aandacht. Tijdens het seminar gaat een internationaal gezelschap van sprekers in op de definitie en rol van dit fenomeen.

Het seminar maakt deel uit van het programma 'Tradition Today' met onder meer een tweedaagse studiereis in Nederland en Engeland, een publiekslezing door Hans Ibelings en een afsluitende publicatie. In het programma Tradition Today vervullen de onderwerpen klassieke traditie, traditie in het ontwerpproces en duurzame esthetiek een centrale rol.

Geen enkele ontwerper is in staat om geheel traditieloos te ontwerpen. Wanneer kan een ontwerp als traditionalistisch worden aangemerkt, en welke thema's en ontwerpmiddelen behoren tot de benadering van een traditionalistische ontwerper?
Hoe komt het dat de klassieke traditie in de Nederlandse architectuur zolang onderbelicht is gebleven? En hoe zijn ontwerpers in de ons omringende landen omgegaan met hun klassieke traditie?

De rol van traditie in het ontwerpproces wordt op veel verschillende manieren geïnterpreteerd. De klassieke traditie heeft een ontwerpbenadering die sterk verschilt van het modernisme. Maar bestaat er wel een echte tegenstelling tussen neo-modernisten en de zogenaamde traditionalisten?
Duurzaamheid en ambacht spelen in tradtionele architectuur een belangrijke rol. De benadering van de duurzame esthetiek gaat voorbij aan mode en baseert zich op de lange lijnen in de ontwerpgeschiedenis. Wat zijn de kenmerken van deze esthetiek en waar vindt ze haar oorsprong?

Programma Tradition Today
Seminar: donderdag 15 november: Paul Kahlfeld, Joris Molenaar, Sjoerd Soeters en anderen debatteren aan de hand van de gespreksthema's Form & Construction, the City en Conventions (voertaal Engels).
Studiereis: vrijdag 16 en zaterdag 17 november (enkele persplaatsen beschikbaar). Excursie langs bijzondere voorbeelden van traditionele of traditioneel geïnspireerde projecten in Nederland en Engeland.
Publiekslezing: maandag 3 december.
Lezing door Hans Ibelings over de actuele betekenis van traditie en continuïteit in de architectuur.
Winter School: januari 2008.
De Academie van Bouwkunst wijdt haar jaarlijkse Winter School aan traditioneel ontwerpen.
Publicatie: april 2008. Een magazine met de resultaten van het project, aangevuld met essays en interviews.

http://www.traditiontoday.nl/

 

 

 

11-10-2007 11:43


Design is hot, ook buiten Eindhoven. In Brussel vindt momenteel de expositie Young Design plaats. De expositie wordt georganiseerd door de belangenorganisatie Design Flanders en is met name gericht op jonge (of zelfs heel jonge) mensen.

Van 5 oktober tot en met 10 november zijn in de Design Flanders Gallery aan de Kanselarijstraat 19 in Brussel allerlei ontwerpen te zien die bedoeld zijn voor gebruikers in de leeftijdsgroep van 0 tot 21 jaar.

Met de titel van de expositie zet design Flanders belangstellende enigszins op het verkeerde been: de titel slaat niet zozeer op de leeftijd van de ontwerpers maar veeleer op de leeftijd van de doelgroep van de tentoongestelde ontwerpen. 

11-10-2007 10:08


Even een raadseltje. Op 20 oktober wordt ergens in Nederland het zogenoemde Designhuis geopend. In welke stad denkt u dat dit nieuwe centrum voor vormgeving gevestigd is? Wat zegt u? U mag nooit meer raden.

Inderdaad: in Eindhoven natuurlijk. Het idee voor het Designhuis is zo’n vier jaar geleden ontstaan in het College van Bestuur van Design Academy Eindhoven. Een podium en ontmoetingsplaats op het gebied van design en innovatie zou een geweldige aanvulling zijn op het reeds aanwezige potentieel aan design in de stad Eindhoven, zo redeneerden de bestuursleden van de bekende designopleiding. Het Designhuis gaat volgens de initiatiefnemers een podium bieden waar design op inspirerende wijze wordt verbonden met kunst en technologie. Het centrum wil de interacties tussen verschillende disciplines stimuleren.

designhuis
Het Designhuis is er vooral gekomen dankzij de inspanningen van Design Academy-directeur Li Edelkoort. Het initiatief werd als Brainport-project ontwikkeld in nauwe samenwerking met de Design Academy, de Gemeente Eindhoven, Yksi Ontwerp, het Van Abbemuseum en Design Connection Brainport. Het nieuwe designcentrum is gevestigd in het voormalige gebouw van het kantongerecht in Eindhoven. Het eigenzinnige zestigerjaren-pand van kalksteen en teakhout bleek het juiste karakter te hebben en op de perfecte plek te staan om Eindhoven een cultureel hart te geven: centraal, in een architectonisch markant gebied en vlakbij het Van Abbemuseum. Het gebouw bleek zich uitstekend te lenen voor museale exposities van vormgeving in combinatie met een grote designwinkel.

edelkoort
Li Edelkoort: initiatiefnemer én artdirector van het nieuwe designhuis

Op 20 oktober (tijdens de Dutch Design Week) opent het Designhuis officieel de deuren. Op het programma staan momenteel de exposities BOLD, Studio Job en High End Low End. Daarnaast neemt Yksi design vanaf deze dag zijn intrek in de nieuwe Yksi winkel in het Designhuis. Li Edelkoort is benoemd tot artdirector van het nieuwe vormgevingscentrum
11-10-2007 8:38


Erick van Egeraat heeft eind september op het International Investment Forum 2007 in Sochi zijn plannen voor Federation Island aan de President van de Russische Federatie, Vladimir Poetin, gepresenteerd.

Federation Island is een kunstmatige archipel van ruim 330 hectare, gelegen in de Russische Zwarte Zee voor de kust van de stad Sochi, in 2014 gastheer van de Olympische Winterspelen. De archipel is een geheel met zand opgespoten eilandengroep en biedt woningen, hotels, culturele, vrije tijds- en recreatieve faciliteiten.

Federation Island, aangelegd in de vorm van Rusland, reflecteert de belangrijkste geografische eigenschappen van het land. De eilandwaterlijnen refereren aan het Russische riviernetwerk terwijl de grote bergen model staan voor het aangebrachte reliëf op de eilandengroep. Federation Island bestaat uit zeven hoofdeilanden, aangevuld met meer dan een dozijn privé-eilanden en drie golfbrekereilanden. De zandstranden, duinen, weiden, kleine bossen en rivieroevers bieden genoeg verscheidenheid voor accommodaties uiteenlopend van strandhuizen, luxe villa's en appartementen tot duin-, rivier- en klifhuizen.

De vragen van president Poetin gingen vooral in op technische details en de uitvoeringsduur. Erick van Egeraat bevestigde dat de ervaring die Nederland heeft met het scheppen van nieuw land in de zee van pas zal komen bij dit project, dat hij als uniek in de wereld beschouwt.

Federation Island wordt gevestigd op ongeveer 15 kilometer van de stad Sochi en de regionale luchthaven Adler. De stad, de jachthaven, het vliegveld en het skieresort van Krasnaya Polyana zijn gemakkelijk te bereiken. Het gebied rondom Sochi heeft een vochtig subtropisch klimaat met een gemiddelde zomertemperatuur van 25 tot 28 graden Celsius. Studies tonen aan dat de archipel een positieve invloed op het lokale klimaat zal hebben.

Federation Island wordt ontwikkeld door M-Industries uit St. Petersburg en is ontworpen door Erick van Egeraat in samenwerking met de Nederlandse ingenieurs van Witteveen + Bos en Van Oord Dredging en Marine.

eea_federation-island_01
eea_federation-island_02
eea_federation-island_03

 

 

11-10-2007 8:20


PhD Emre Altürk, deelnemer aan het Architectuur onderzoeksprogramma van de faculteit Bouwkunde, heeft een gedeelde tweede prijs gewonnen in de prestigieuze European Association for Architectural Education (EAAE) competitie.

 

De EAAE prijs voor ‘Writings in Architectural Education' beloont elke twee jaar de beste niet gepubliceerde artikelen voor of over architectuuronderwijs.

 

Voor 2005-2007 was het thema ‘Representation in Architecture'. De inzendingen dienden in te gaan op onder meer de volgende vragen: wat betekent representatie in de architectuur van vandaag en hoe zijn versnelde veranderingen onder invloed van digitalisering in de instrumenten van de architect en nieuwe middelen van communicatie, van invloed op architectonische representatie en architectuuronderwijs?

 

De prijsuitreiking vond plaatst in september, in The Mediterranean Architecture Centre in Hania, Kreta. Er werd 20.000 euro aan prijzengeld uitgedeeld. Emre Altürk won de tweede prijs met zijn stuk getiteld Architectural representation as the Medium of Critical Agencies. De jury waardeerde de originaliteit van de argumentaties en het verband met de hedendaagse stand van zaken.

Emre Altürk deelt de tweede plaats in de EAAE competitie met Graeme Brooker and dr. Eric Northey van Manchester School of Architecture. De prijswinnende inzendingen worden gepubliceerd in The Journal of Architecture.

 

Emre Altürk studeerde architectuur aan de METU in Ankara, Turkije en is sinds 2005 als PhD aangesteld bij de afdeling architectuur. De titel van zijn onderzoek luidt: Architectural Representation & Urban Condition, since 1960s. Promotoren: prof. ir. L. van Duin, dr. F. Claessens.

 

 

11-10-2007 8:16


Om de drie jaar organiseert Design Vlaanderen de Triënnale voor Vormgeving. Dit evenement, telkens rond een centraal thema, plaatst een aantal ontwerpers in de spotlights. De vorige edities handelden over design en hedendaagse toegepaste kunst tussen 1980 en 1995 (Vormgeving in Vlaanderen 1980-1995, 1995-1996), industriële vormgeving (Op mens- en maat, 1998-99), reclame (Komt dat Zien, 2001-02) en de imperfectie of het toevallige in design ((Im)perfect By Design, 2004-2005).

 

De Triënnale is ondertussen een vaste waarde geworden in het designlandschap en weet elke keer opnieuw een groot publiek aan te trekken. Dit jaar staat Design Vlaanderen voor de vijfde keer op de rol. Plaats van handeling: de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel van 14 december 2007 tot en met 2 maart 2008. Het centrale thema dit jaar is schoonheid.

 

Een aantal filosofen en designadviseurs  (Lise Coirier, Ann Meskens, Willem Elias, Francis Smets en designadviseurs van Design Vlaanderen) hebben een jaar lang gedachten uitgewisseld over schoonheid. Bestaan er bepaalde kenmerken of criteria voor schoonheid? Als een ontwerp zich aan deze criteria houdt, is het dan automatisch een mooi voorwerp? Wat is het belang van schoonheid in design? Bestaat er design die iedereen genegen is, zoals de grote oeuvres in de schilderkunst?

 

Om hierop een antwoord te kunnen geven, nam de organisatie het marktonderzoeksbureau Compagnie & Co in de arm dat een boeiende zoektocht ondernam naar de schoonheid in design. Aan een groep van honderdvijftig mensen werden diverse hedendaagse, vormgegeven objecten getoond. De ondervraagden moesten aan de hand van een aantal criteria, zoals eenvoud, symmetrie en elegantie duidelijk maken welk object zij het mooist vonden en welk object het lelijkst.

Een meerderheid koos voor dezelfde ‘mooiste' of ‘lelijkste' voorwerpen. Tezelfdertijd kon er echter geen representatief verband vastgesteld worden tussen de aangereikte criteria en de mate waarin een voorwerp mooi werd gevonden. De conclusie van deze studie is dus tweeledig en paradoxaal: er bestaat zowel eenstemmigheid als onenigheid in verband met schoonheid.

 

Op deze paradox werd het eigenlijke concept van de Triënnale gebouwd. Aan de ene kant is schoonheid heterogeen, ze heeft vele gezichten, ze kan niet geobjectiveerd worden, ze is een ‘ik weet niet wat'. Aan de andere kant wordt ze gedragen door een eenheidsstreven en door een dieper verlangen naar harmonie. Ze houdt een belofte van geluk in. Schoonheid is dus eenheid en veelheid, vandaar de titel van de Triënnale: Schoonheid Enkelvoud ~ Meervoud / La Beauté Singulier ~ Pluriel / Beauty Singular ~ Plural.

 

De keuze voor de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel als locatie voor de Triënnale lag voor de hand: nergens is de schoonheid van de menselijke creatie doorheen tijd en ruimte zo duidelijk als hier. De Triënnale neemt twee zalen in gebruik. Enerzijds de zaal Van Overloop, anderzijds de mezzanine. In de zaal Van Overloop zal het publiek geleid worden langs een parcours van hedendaags design. De nadruk ligt op stoelen en schalen, te beginnen bij een ‘archetype' van respectievelijk een stoel en een schaal en eindigend bij een zeer uitbundig uitgewerkte of atypische stoel en schaal. Deze selectie zal aangevuld worden met een beperkt aantal lampen, sofa's, bestekken, ligstoelen, kasten en tafels die op dezelfde manier, contrasterend (bijvoorbeeld de rechte lijn tegenover de gegolfde lijn), tegenover elkaar worden geplaatst. Op die manier wil de organisatie de eenheid en de heterogeniteit van schoonheid aan het publiek laten zien.

Op de mezzanine vervolgens, confronteert de tentoonstelling hedendaags design met historische stukken uit het museum. Een aantal conservatoren van het museum maakte een selectie van stukken uit hun eigen collectie en discipline (gaande van Romeins aardewerk over Perzische tapijten tot Egyptische schalen en Vlaamse wandtapijten) die voor hen schoonheid belichamen. De ontwerpers maakten hieruit vervolgens een keuze en confronteren dit met een eigen product. Deze objecten worden op de patio tentoongesteld naast het historische voorwerp. Een korte tekst zal de motivatie van de ontwerper voor het historisch voorwerp en het belang van schoonheid in hun werk toelichten.

 

Deelnemers zijn: Leo Aerts, Philippe Allaeys, Roel Beernaert, Alain Berteau, Damien Bihr, Casimir, Hans De Pelsmacker, Nora De Rudder, Tjok Dessauvage, Nicolas Destino, Nathalie Dewez, Nedda El-Asmar, Linde Hermans, David Huycke, An Lanckman, Bart Lens, Alain Monnens, Gaultier Poulain, Luc Ramael, Helena Schepens, Stefan Schöning, Annick Schotte, Piet Stockmans, Salima Thakker, Anna Torfs, Roos Van de Velde, Vincent Van Duysen, Fabiaan Van Severen, Roel Vandebeek, Danny Venlet en André Verroken. De inhoudelijke en praktische coördinatie gebeurt door Eva Coudyzer en Francis Smets.

 

Zoals gewoonlijk wordt er voor de Triënnale ook een boek uitgegeven, waarin een aantal artikelen over schoonheid zullen worden opgenomen en een overzicht wordt gegeven van de deelnemende ontwerpers. Het boek wordt vormgegeven door Tim Oeyen en Sanny Winters.

Het boek wordt uitgegeven door Stichting Kunstboek.

De teksten zijn van de hand van Evelyn Aelbrecht & Gino De Vooght, Lise Coirier, Eva Coudyzer, Willem Elias, Francis Smets en  Johan Valcke. Van alle tentoongestelde objecten zijn illustraties opgenomen.

 

De tentoonstelling is voor het publiek toegankelijk van 14 december 2007 tot 2 maart 2008.

Het KMKG is open van dinsdag tot vrijdag van 9.30 tot 17.00 uur. Op zaterdag, zondag en feestdagen is het museum open van 10.00 tot 17.00 uur. Het museum is gesloten om maandagen, op 25 december en op 1 januari. Op 24 en 31 december sluit het museum als uitzondering om 16.00 uur. De toegangsprijs bedraagt 7,00 euro.

Rondleidingen zijn mogelijk, hiervoor kan men contact opnemen met de educatieve dienst van het museum.

 

http://www.designvlaanderen.be/

 

10-10-2007 13:28


Premsela, het Nederlandse platform voor design, presenteert op 17 oktober een nieuw boek: 'Visies op Vormgeving'. De publicatie bestaat uit een verzameling interviews, brieven en artikelen en wil daarmee 'het design van vroeger weer tot leven brengen'. Designers, opdrachtgevers en critici vertellen in het boek hun persoonlijke verhaal. Designhistorica Frederike Huygen stelde het geheel samen.

Deel een, 'Het Nederlandse Ontwerpen in Teksten 1: 1874–1940', wordt feestelijk gepresenteerd tijdens een (besloten) bijeenkomst op 17 oktober in Amsterdam. Daarna zal het te koop zijn in de Nederlandse boekhandel. Het ISBN-nummer is 9789076863429. Deel twee, handelend over de periode 1942-2000, is naar verwachting in het voorjaar van 2008 gereed.

"De stukken in het boek nemen ons mee naar de vroege twintigste eeuw, waarin kunstenaars met hun zelfgemaakte produkten pogingen deden de wereld te veranderen", aldus een woordvoerder van Premsela. "De documenten laten zien welke bronnen van inspiratie ontwerpers in die tijd gebruikten en welke problemen ze tegenkwamen. Het was de tijd van het “Nieuwe objectivisme” waarin een hevig debat heerste over wat goed design was. De uitgesproken visies van mensen als Theo van Doesburg, Piet Zwart, Mart Stam en Willem Gispen komen naar voren in de bundel, evenals hun passie en humor."

Designhistorica Frederike Huygen heeft voor het boek grondig onderzoek gedaan in archieven en bibliotheken. Het resultaat is een verzameling biografieën, profielen en periodieken. "Door de gedetailleerde beschrijvingen van Huygen waant de lezer zich echt midden in de twintigste eeuw en zit hij met z´n neus op de ontwikkelingen die toen speelden."

Het naslagwerk voor Nederlandse vormgeving verschijnt op initiatief van Premsela en is een copublicatie van Premsela en Architectura & Natura.
10-10-2007 8:39
 

Tijdens de vierde editie van het Architectuur Film Festival Rotterdam van 11 tot en met 14 oktober zijn meer dan vijftig architectuurgerelateerde films te zien. Gedurende het festival zijn films te zien die zelden zijn vertoond en verschillende films gaan in première. Daarnaast zijn er debatten, lezingen en is er een rondleiding door het Lloydkwartier.

 

De films Bata-Ville en Radiant City worden voor het eerst vertoond in Nederland. De film ‘De Rijn van Lobith naar zee' uit 1922 is sinds 1974 niet meer vertoond. Deze boat-movie toont een mooi overzicht van veranderende landschappen vanaf het water gezien. Jord den Hollander heeft deze boottocht opnieuw gemaakt en verfilmd. Op zondag 14 oktober gaat de ‘nieuwe' Rijnfilm in het Scheepvaart en Transport College in première. Aansluitend vindt een debat plaats met Dirk Sijmons, rijksadviseur voor het landschap, Jan Kolen en Wies Sanders. Rondom het thema ‘toekomstperspectieven van het Nederlandse rivierenlandschap' wordt uitgebreid gediscussieerd. Na het debat wordt de oude Rijnfilm uit 1922 vertoond, begeleid door live pianomuziek.

 

De architect Robert Winkel geeft op zondagochtend een lezing in het Scheepvaart en Transport College, ook geeft hij een rondleiding door het Lloydkwartier, waar een aantal van zijn ontwerpen te bezichtigen zijn. 

 

Voor het volledige programma van het Architectuur Film Festival Rotterdam ga naar http://www.affr.nl/

 

08-10-2007 14:34

Deze zomer werkte Lehner en Gunther architecten voor het eerst met de oranje ontwerpbus aan twee van hun architectuur- en landschapsprojecten. In het opvallende, rijdende architectenbureau ont­werpen de architecten op innovatieve wijze en direct op locatie.

 

Hoofdgedachte van de architecten was om de plannen voor de herinrichting van de openbare ruimte niet op hun vaste kantoor in Amsterdam, maar in samenwerking met de bewoners van de betreffende wijken te ontwikkelen.

 

De ontwerpbus met de naam Oscar heeft zijn grote aan­trekkingskracht op jong en oud bewezen. De bewoners worden op een laagdrempelige wijze betrokken. Zij komen bij de geparkeerde ontwerpbus langs en werken met de architecten. De speciaal vervaardigde tafels en zitgelegen­heden nodigen de volwassenen uit om te komen praten, de kleinen om te tekenen.

Het idee van de ontwerpbus functioneert uitstekend volgens de initiatiefnemers: de verhalen en bijzonderheden van de locatie vloeien probleemloos in het ontwerpproces - een meerwaarde voor het ontwerp, de opdrachtgevers én de toekomstige gebruikers.

De ontwerpbus wordt op dit moment ingezet in de projecten:


Herinrichting openbare ruimte Spilstraat, Alkmaar

Oppervlak: 3.31 ha

Ontwerp: 2007-2008

Uitvoering: 2009-2010

Herinrichting openbare ruimte Eilandenbuurt, Alkmaar

Oppervlak: 6.11 ha

Ontwerp: 2007-2008

Uitvoering: 2009-2010
Opdrachtgevers: Gemeente Alkmaar en Stichting Woonwaard

Gezamenlijk budget: 1,7-1,9 miljoen euro


www.ontwerpbus.nl

 

08-10-2007 8:31
 

Het Design museum Gent biedt tot en met 13 januari 2008 onderdak aan twee tentoonstellingen, waarbij het werk van ‘Ettore Sottsass' en ‘Christopher Dresser' centraal staan. De tentoonstellingen zijn vanaf zaterdag 13 oktober te bezoeken.

 

Ettore Sottsass is geboren in 1917 in Innsbruck, dat destijds nog deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk dat vele Italianen telde. Net als zijn vader studeerde Sottsass architectuur. Ondanks het fascistische regime was het Italië van de jaren 1930 een vruchtbaar gebied voor vernieuwing op het vlak van design. Het modernisme werd er een heel eigen richting uitgestuurd, die het van de rest van Europa onderscheidde. Tijdens zijn studentenjaren in Turijn ontmoette Sottsass de rationalistische architecten die de meest progressieve groep uitmaakten in het Italië van die tijd.

 

Hij diende bij het Italiaanse leger als luitenant in Montenegro en werd krijgsgevangen genomen toen Italië capituleerde. Na de oorlog startte hij een praktijk op in Turijn waar hij interieurs en huishoudelijke objecten ontwierp. Toen Italië met de naoorlogse wederopbouw begon, verhuisde hij naar Milaan, om er met zijn vader aan projecten voor sociale huisvesting te werken en ook om kleine, ambachtelijk vervaardigde huishoudelijke objecten te ontwerpen. Sottsass verbleef een tijdje in Amerika waar hij voor George Nelson werkte. Dit gaf zijn werk een transatlantische dimensie die ongewoon was in Italië.

 

Gemotiveerd door zijn Amerikaanse ervaringen maakte Sottsass, eenmaal in Milaan, de overstap naar de industriële mainstream toen hij als consulent werd aangesteld door Olivetti. Hij behield wel zijn eigen studio tijdens de jaren 1960 en 1970, wat hem toeliet om een nog radicalere versie van design, dan zelfs een verlichte geest als Olivetti aankon, te verkennen. Zijn belangstelling voor pre-industriële culturen vormde een voedingsbron voor zijn werk voor Olivetti. Hij werd geïnspireerd door rituele objecten uit India en werd gedreven door de zoektocht naar de symbolische betekenis van vormgeving in een poging om verder te gaan dan louter functionalisme.

 

Dit element van Sottsass' aanpak leidde er in het begin van de jaren 1980 toe dat hij met Andrea Branzi onder de koepel van Studio Alchimia met een groep gelijkgestemde vormgevers ging samenwerken om de comfortabele definities van de toen hedendaagse vormgeving in vraag te stellen, en om nadien de Memphisbeweging op te starten. Memphis vertegenwoordigde de meest coherente poging om postmodernisme toe te passen op design. Het creëerde een alternatief voor de esthetica van functionalisme door het emotionele potentieel van design te verkennen. Memphis leek in die tijd op een radicale breuk, maar weerspiegelde de niet aflatende belangstelling van Sottsass voor de symbolische en decoratieve kwaliteiten van objecten die al in zijn vroegste ontwerpen voor textiel en keramiek tot uiting kwam. Sottsass werkte vijf jaar lang nauw samen met Memphis. De groep had geen formeel manifest. Maar sinds de vroege jaren 1960 was er geen enkele avant-garde beweging op het vlak van design zo ver gegaan.

 

Op het moment dat Memphis een boom kende, breidde Sottsass Associati, het partnerschap van Sottsass, snel uit en werd het meest bekende adviesbureau van Italië, met activiteiten over de hele wereld op het vlak van architectuur, grafische kunst, interieur, producten en meubelen.

 

Op zijn 90e is Sottsass teruggekeerd naar het ontwerpen van éénmalige galeriestukken, en creëert hij nog steeds uitdagende hedendaagse industriële ontwerpen bestemd voor massaproductie.

 

Sottsass, die aan het begin van zijn carrière een aanzienlijke hoeveelheid tijd en inspanning in zijn schilderwerk had gestopt, had de brug tussen vormgeving en de kunstwereld al geslagen decennia vóór de recente explosie van belangstelling voor vormgeving door kunsthandelaren en veilinghuizen. Bruno Bischofsburger uit Zwitserland verzamelde Sottsass in de jaren 1980 - en gaf hem opdracht voor een huis te zorgen om zijn groeiende persoonlijke kunstcollectie in te huisvesten. Galeriehouder Ernest Mourmans werkt nu nauw samen met Sottsass voor het creëren van gelimiteerde uitgaven van fraaie stukken. Sottsass beweegt zich heen en weer tussen het ontwerpen van industriële projecten die in een fabriek worden geproduceerd tot wat kan beschouwd worden als kunst: boekenplanken met een functioneel alibi voor het ontdekken van zinnelijke materialen en pure vormen, vazen die niet langer geschikt zijn om bloemen te bevatten, kasten die op Perspex poten zweven.

 

Ontwerpen voor Olivetti

Sottsass werd in 1958 aan Adriano Olivetti voorgesteld. Hij kreeg de gelegenheid om zijn Amerikaanse ervaring met Nelson te benutten bij wat in die tijd het meest geavanceerde informatie- en communicatietechnologisch bedrijf van Europa was. Sottsass gaf aan de Elea 9003, de eerste Italiaanse mainframe computer, een krachtige, architecturale vorm mee als een symbolische weerspiegeling van het belang ervan. Voor het eerst is vormgeving gebruikt om identiteit te verlenen aan een computer. Sottsass creëerde een modulaire collectie aan vormen voor de Elea, waarbij hij zich toespitste op het ‘humaniseren' van de machine door middel van kleurenproportionering. Hij creëerde eerder een werkplek dan een bedieningsruimte voor een elektriciteitscentrale.

 

Sottsass werkte ook aan de Valentine, een felrode draagbare schrijfmachine met een omhulsel uit gegoten kunststof, die een conceptuele voorloper was van de iPod. Sottsass creëerde de visuele identiteit van een iconisch product dat Olivetti heeft geholpen om de overgang te maken van de kantoorwereld naar de consumentenmarkt, net zoals Apple dat drie decennia later deed. De Valentine vertegenwoordigde één kant van Sottsass' aanpak. Voor meer conventionele kantoorapparaten, zoals de Tekne elektrische schrijfmachine, gaf hij de voorkeur aan een minder expressieve esthetische taal. "Wanneer je meerdere honderden apparaten in een kantoor hebt, wil je niet dat ze allemaal de aandacht op zich vestigen als individuele objecten. Zij moeten samenwerken om een achtergrond te creëren". In de jaren 1970 richtte Olivetti een afdeling voor kantoormeubilair op, en Sottsass was verantwoordelijk voor het Synthesis gamma dat onder meer berg- en zitmeubelen omvatte. Zijn aanpak bestond erin om logica te combineren met emotionele vormgeving en te werken met een subtiel modulair en dimensionaal systeem. Hij maakte ook gebruik van felle ‘pop'-kleuren en kunststoffen.

 

Memphis

Vanaf de jaren 1960 toonde Sottsass een blijvende belangstelling voor de anticultuur. Hij was in Californië in de tijd van Timothy Leary en Alan Ginsburg en in India toen het westen naar alternatieven ging zoeken voor zijn eigen conventionele materialistische waarden. Hij werkte als art director voor het tijdschrift Domus, en hij leidde het weg van de zelfgenoegzaamheid van de Italiaanse goede smaak. Hij kristalliseerde deze gevoeligheid in vormgeving in de collecties van Studio Alchimia. Alchimia werd overschaduwd door Sottsass' eigen creatie: de Memphisbeweging, een kortstondige maar enorm invloedrijke postmodernistische, postfunctionele uitbarsting van creatieve energie.

 

Sottsass bracht een groep jonge Italianen, waaronder Michele de Lucchi en Aldo Cibic, samen met een internationale groep postmodernisten, waaronder Michael Graves, Shiro Kuramata en Hans Hollein. Deze groep leverde misschien weinig esthetische consistentie, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door de impact. Memphis leek een fusie van verheven kunst en popcultuur, een moedwillige aanval op de conventionele kijk op goede smaak.

 

Memphis - de naam kreeg verschillende verklaringen mee van Sottsass: het was een verwijzing naar een nummer van Bob Dylan, naar Elvis en naar het Oude Egypte. Ironie en een mild gezagsondermijnende benadering van vormgeving werden gecombineerd met een uiterst decoratieve benadering van kleuren en patronen. De levendige kleuren en laminaten met patronen ontsproten deels aan Sottsass' eigen verbeelding, en deels aan zijn herontdekking van de onschuld en het optimisme van de begindagen van het Italiaanse modernisme in de jaren 1950. Tegen de jaren 1980 zinderden de laatste overblijfselen nog na in rokerige cafés in de buitenwijken van Milaan. Zelfs diegenen die zich absoluut niet aangesproken voelden door haar esthetische taal, konden niet ontkennen dat Memphis een zekere overtuiging en opwinding had. Na Memphis zou vormgeving nooit meer hetzelfde zijn.

 

Sottsass Associati

Terwijl Memphis over de hele wereld enorme aandacht genoot voor zijn energie en uitbundigheid, bouwde Sottsass tegelijkertijd een vooraanstaand adviesbureau op, Sottsass Associati. Het liet hem toe om voor het eerst in zijn carrière op grote schaal architectuur te bouwen, en tegelijkertijd te ontwerpen voor commerciële industriële bedrijven over de hele wereld.

 

Sottsass ontwierp vlaggenschipwinkels voor Esprit, tafelgerei voor Alessi, allerhande consumptie-elektronica en meubelen. Op het hoogtepunt werkten bij Sottsass Associati veertig mensen in de studio, met partners zoals ontwerper James Irvine en architect Johanna Grawunder. Sottsass Associati heeft met succes de overstap gemaakt van het model dat aangenomen werd door de eerste generatie Italiaanse ontwerpstudio's  naar een meer eigentijdse versie van vormgevingspraktijken. In de begindagen hingen de Milanese ontwerpers af van de inbreng van vaklui uit de omgeving om prototypes en houten modellen te maken op basis van schetsen. Nu werkt de studio van Sottsass zoals alle andere studio's met computerbeeldvorming.

 

Met grote behendigheid zorgde Sottsass ervoor dat het bedrijf nooit louter door de Memphisvereniging werd bepaald, maar dat het bereid was om een breed scala aan mogelijkheden te verkennen.

Sottsass bouwde een aantal relaties op lange termijn uit met producenten die bereid waren om te investeren in mensen die verder keken dan louter doelmatig bij het ontwerpen van nieuwe producten. Toen de traditionele superioriteit van de Europese producenten werd op de proef gesteld door Aziatische fabrieken, ging Sottsass Associati in zee met Chinese ontwikkelaars en Russische industriëlen.

 

Sottsass Associati heeft vandaag zijn studio in Milaan en het spitst zich vooral toe op meubelen en industriële ontwerpprojecten die gecoördineerd en ontworpen worden door partner en Brits ontwerper Christopher Redfern, die nauw samenwerkt met Sottsass.

 

Christopher Dresser (1834-1904)

Pionier van modern design

 

Christopher Dresser (1834-1904) maakt aanspraak op de titel van allereerste professionele designer van het negentiende-eeuwse industriële tijdperk. Dit nieuwe tijdperk werd onder meer gekenmerkt door een wijdverspreide nieuwsgierigheid naar diverse onderwerpen en door verhitte debatten over de meeste ervan. Scherp verdeelde meningen waren heel gewoon, wat geïllustreerd wordt door de reacties van twee tijdgenoten, Christopher Dresser en William Morris (1834-1896). Beide mannen hebben de opkomst en het effect van de Industriële Revolutie op het leven van mensen ervaren. Beiden waren even ontstemd over de ellende waarin het merendeel van de bevolking leefde, dat in de nieuwe fabrieken werkte, maar meer nog waren ze ontzet over de lage kwaliteit van design en vakmanschap die de realisaties uit deze fabrieken vertoonden.

 

Morris en Dresser reageerden echter op totaal verschillende manieren op de situatie. Morris geloofde dat de industrialisering zelf de wortel was van alle kwalen van het Groot-Brittannië van die tijd. Hij wilde terugkeren naar de gebruiken van de Middeleeuwse gilden. Morris bewonderde de manier waarop de gilden de beroepstrots uitdroegen en prat gingen op het feit dat elke ambachtsman verantwoordelijk was voor alle stappen van het productieproces en deelde in de daaruit voortvloeiende voordelen.

 

Dresser van zijn kant begreep dat ‘de klok' nooit terug kon gedraaid worden en hij zocht een manier om uit de impasse te raken. Hij begreep dat het antwoord lag in een positieve aanvaarding van de nieuwe machines. Dresser aanvaardde niet alleen de machine - hij omarmde ze, maar niet zonder kritisch te blijven. Hij zwakte zijn overtuiging af door te erkennen dat machines misschien wel goede dienaren zijn, maar slechte meesters. De twee contrasterende reacties van Morris en Dresser werden met andere woorden overgenomen door bewonderaars van de ‘Arts and Crafts' beweging en de modernistische beweging.

 

De jonge Christopher Dresser, die in Glasgow geboren was, schreef zich op 13-jarige leeftijd in in de Government School of Design in Londen - toen recentelijk opgericht in 1837 als school waar industriële vormgevers werden opgeleid.

 

Dressers inschrijving in de school viel samen met een grote discussie over het tekortschieten van Groot-Brittannië op het gebied van degelijk ontwerp. Opmerkelijk was dat de School of Design aan de kaak werd gesteld omdat ze geen degelijke industriële vormgevers kon leveren. Ondertussen vond een groeiende groep hervormers een mecenas in de persoon van Prins Albert, de man van koningin Victoria. Een "Beweging voor het Hervormen van Ontwerp" werd opgericht met als leden kunstenaar Richard Redgrave, beeldhouwer John Bell, architect Owen Jones en Henry Cole, een hooggeplaatst ambtenaar die kunst een warm hart toedroeg. Deze mannen werkten samen met toonaangevende producenten zoals Minton en Coalbrookdale om huishoudgerei te produceren dat als voorbeeld van "goede smaak" gold. Kort hierna ging prins Albert het project promoten van de wereldtentoonstelling van 1851, met als doel kunstwerken en industriële producten uit alle landen samen te brengen zodat de beste ideeën en ontwerpen tot algemeen nut vanuit een wereldperspectief konden worden bekeken en er over kon worden gediscussieerd op één enkele plek. Het lijdt weinig twijfel dat de discussie over het huwelijk tussen ontwerp en industriële productie van cruciaal belang was voor Groot-Brittannië en een diepe indruk heeft nagelaten tijdens de vormingsjaren van Dressers opleiding.

 

Toen Dresser in 1854 de School of Design verliet was hij er rotsvast van overtuigd dat degelijk ontwerp beantwoordt aan principes als  ‘geschiktheid voor het doel', "geschiktheid van de materialen" en  "eerlijkheid van de constructie". Hij geloofde ook dat wanneer deze principes werden opgevolgd, de vorm van de objecten zichzelf zou aandienen, zoals in de slogan ‘Form follows function'. Dresser geloofde ook dat versieringen van objecten uit de aard van het object moesten voortvloeien.

 

Nadat hij zijn studies aan de School of Design had beëindigd bleef Dresser aan als docent ‘Plantkunde toegepast op Kunst', waarschijnlijk om persoonlijke redenen. Hij schreef drie boeken over Plantkunde waarvan er twee zijn herdrukt, en hij schreef ook een proefschrift over de morfologie van planten. Dit laatste werk leverde hem een doctoraat op aan de Jena universiteit in 1860.

 

Dressers professionele leven zou echter gauw veranderen. In 1859 bereidde Groot-Brittannië zich voor op de Internationale Tentoonstelling van 1862 in Londen. Groot-Brittannië wou in geen geval opnieuw gezichtsverlies lijden zoals met het ontwerpfiasco in 1851. Producenten werden aangemoedigd om de Kunst- en Vormgevingsscholen te benaderen om ideeën op te doen en praktische hulp te vragen. Dresser bevond zich als docent aan de South Kensington School in een sleutelpositie om hulp te bieden. Dit was een drukke en kritieke periode voor hem. Hij was er zich uitermate van bewust dat zijn hart bij de industriële vormgeving lag, en niet bij de plantkunde. Zo wisselde hij zijn carrière als docent in voor die van designer.

 

Zijn eerste geregistreerde metaalobject dateert van 1865, toen hij een gamma aan metalen huishoudobjecten ontwierp voor Elkington & Co om in Parijs in 1867 tentoon te stellen. Dit gamma ontwerpen voor Elkington & Co bevatte waarschijnlijk ook de iconische verzilverde suikerpot en een zilveren kom op 3 pootjes. Dresser maakte er zoals altijd een zaak van om de kwaliteiten van het materiaal en de mogelijkheden van het productieproces te doorgronden.

 

Een gamma objecten met duidelijk zichtbare klinknagels (eerlijke constructie) werd door Elkington & Co geproduceerd in 1873.

 

Dressers metalen ontwerpen hebben veel te danken aan de Japanse sierkunst. We weten dat hij de Japanse voorwerpen bewonderde die op de Tentoonstelling van Londen in 1862 te zien waren. Hij heeft zelf vele objecten aangekocht op het eind van de Tentoonstelling. Niet alleen verheerlijkten de Japanners de constructie van objecten, zij benadrukten ook vaak hechtmiddelen en dergelijke door ze als decoratieve elementen te gebruiken. Tijdens deze periode voldeed Dresser aan de Britse vraag naar niet-edele metalen zoals messing en koper door zijn werk voor de firma Benham & Froud uit Londen. Dressers band met dit bedrijf gaat terug tot 1870.

Later werk van Dresser voor Benham & Froud vertoonde de invloed van de Japanse ‘domestic art' door het gebruik van combinaties van metalen - zoals messing, koper, zilver en ijzer.

 

In 1876 bezocht Dresser Japan waar hij aan de Keizer werd voorgesteld en als geëerde gast werd behandeld. Opmerkelijk was dat hij de toestemming kreeg om naar believen door Japan te reizen om de ambachten van het land te bestuderen, en dat hij ook het voorrecht kreeg om de persoonlijke collecties van de Keizer in Tokio, Nara en Kyoto te bekijken. Toen hij in 1877 naar Groot-Brittannië terugkeerde nam Dresser het vastberaden besluit om zijn ideeën waar te maken omtrent het verhogen van de kwaliteit van huishoudartikelen op de Britse markt. Als eerste stap streefde hij een contract na als ‘Art Director' binnen de verzilveringsfirma Hukin & Heath, wat hij ook kreeg in 1878. Dresser kreeg carte blanche wat betreft vormgeving, en in 1879 stelde hij een collectie huishoudgerei voor het bedrijf voor, met zowel dure als betaalbare stukken. Er was een lanceringsfeest dat werd bijgewoond door invloedrijke figuren uit de kunst- en ontwerpwereld, en dat goede pers kreeg.

 

In 1880 werkte Dresser voor James Dixon & Sons, voor wie hij enkele van zijn fraaiste metaalobjecten creëerde. Tijdens zijn werk voor Hukin & Heath en James Dixon was Dresser zich ervan bewust dat hij ‘kwaliteitsproducten' moest maken om de nieuwe, welvarende middenklasse aan te trekken. Hij gebruikte evenwel in een hoge mate een manuele afwerking.

 

I Have A Dream'

Dresser koesterde de droom om een ‘kunstzinnig' industrieel complex op te richten in Groot-Brittannië. Hij kreeg in 1878, kort na zijn terugkeer uit Japan, de gelegenheid om die waar te maken in Linthorpe, een buitenwijk van Middlesbrough in Noord-Engeland. Dit maakte allemaal deel uit van het veel hogere doel om de ‘goede smaak' van het Britse volk op alle sociale niveaus te verbeteren.

 

Dresser beklaagde zich over een ondoordringbare ‘stenen muur' die in de weg stond wanneer iemand objecten met degelijke vormgeving wilde maken die beschikbaar waren voor het Britse volk.

 

Het kunst-industriecomplex dat Dresser wou in Middlesbrough moest objecten van ‘goede smaak' leveren en Dressers handtekening dragen als keurmerk - een vroeg voorbeeld van een ontwerperslabel. Dressers laatste project was een verkooppunt te openen in Londen. De kleinhandelszaak in Londen, de ‘Art Furnishers' Alliance', opende haar deuren in mei 1881. Een ernstige ziekte zou echter roet in het eten gooien en Dresser op wrede wijze dwingen om alle activiteiten, uitgezonderd het ontwerpen, stil te leggen. Zonder Dressers nauwe betrokkenheid ging de winkel de mist in en werd twee jaar later failliet verklaard.

Het oorspronkelijke idee voor de Linthorpe Art Works en de Art Furnishers' Alliance belichaamde een gedurfde en creatieve poging om de Britse smaak op te krikken. Dressers initiatief getuigde in ieder geval van een professionelere aanpak dan de Beweging voor het Hervormen van Design van 1847 met Sir Henry Cole en Richard Redgrave.

 

Daarna verliep Dressers leven aan een wat rustiger tempo. Samen met zijn studio concentreerde Dresser zich op ontwerpen voor vooral textiel en behangselpapier. Maar hij ging door met het ontwerpen van metaalobjecten, zij het aan een minder bezeten tempo. Na 1881 valt het volgende in het bijzonder op te merken: zijn opwindende zilverontwerpen voor James Dixon uit Sheffield, en de even inventieve maar uiterst betaalbare ontwerpen in tin zoals kandelaren en toiletsets voor Richard Perry uit Wolverhampton. Ook dient te worden opgemerkt dat Dresser ontwerpen leverde voor de winkel van Arthur Liberty in Regent Street in Londen, en in die hoedanigheid was hij misschien verantwoordelijk voor Liberty's overgang van een oosters emporium naar de modieuze ‘one-stop shop' voor interieur in de jaren 1890, of heeft hij er ten minste invloed op gehad.

 

Tekst op basis van een artikel door Harry Lions

 

Praktische informatie

 

Waar:

Design museum Gent

Jan Breydelstraat 5 - 9000 Gent

 

Wanneer:

Van 13 oktober 2007 tot en met 13 januari 2008

 

Openingsuren:

Elke dag doorlopend van 10.00 uur tot 18.00 uur

gesloten op maandag, op 24, 25 en 31 december 2007 en 1 januari 2008

 

 

 

05-10-2007 15:36


Rotterdam 2007 City of Architecture en de Academie van Bouwkunst Rotterdam organiseren op donderdag 15 november het seminar ´Tradition Today´over de populariteit van de traditionele tendensen in architectuur en stedenbouw in Nederland.

Juist in een land als Nederland en bij uitstek in een stad als Rotterdam, waar het modernisme sterk geworteld is in het denken over architectuur en stedenbouw, verdient dit onderwerp serieuze aandacht, zo menen de organisatoren van het seminar.

Tijdens het seminar gaat een internationaal gezelschap van sprekers in op de definitie en rol van dit fenomeen. Het seminar maakt deel uit van het programma Tradition Today met onder meer een tweedaagse studiereis in Nederland en Engeland, een publiekslezing door Hans Ibelings en een afsluitende publicatie.

In het programma Tradition Today vervullen de onderwerpen klassieke traditie, traditie in het ontwerpproces en duurzame esthetiek een centrale rol. Geen enkele ontwerper is in staat om geheel traditieloos te ontwerpen. Wanneer kan een ontwerp als traditionalistisch worden aangemerkt, en welke thema’s en ontwerpmiddelen behoren tot de benadering van een traditionalistische ontwerper? Hoe komt het dat de klassieke traditie in de Nederlandse architectuur zolang onderbelicht is gebleven? En hoe zijn ontwerpers in de ons omringende landen omgegaan met hun klassieke traditie?

De rol van traditie in het ontwerpproces wordt op veel verschillende manieren geïnterpreteerd. De klassieke traditie heeft een ontwerpbenadering die sterk verschilt van het modernisme. Maar bestaat er wel een echte tegenstelling tussen neo-modernisten en de zogenaamde traditionalisten? Duurzaamheid en ambacht spelen in tradtionele architectuur een belangrijke rol. De benadering van de duurzame esthetiek gaat voorbij aan mode en baseert zich op de lange lijnen in de ontwerpgeschiedenis. Wat zijn de kenmerken van deze esthetiek en waar vindt ze haar oorsprong?

Een ieder die een antwoord wil op deze vragen wordt aanbeolen deel te nemen aan het seminar.
05-10-2007 14:28


Michiel Riedijk is vanaf september 2007 als deeltijd hoogleraar in dienst getreden van de faculteit Bouwkunde, TU Delft. Hij gaat het vak architectonisch ontwerpen doceren.

Riedijk is mede bekend van het architectenbureau Neutelings Riedijk Architecten waarmee hij projecten realiseerde als het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum, het Walterboscomplex in Apeldoorn, het Minnaert Gebouw in Utrecht, het Scheepvaart en Transport College in Rotterdam en de Sphinxen in Huizen.

Michiel Riedijk werkte eerder als hoogleraar in Aaken (2002). Ook geeft hij colleges en workshops op universiteiten en musea over de gehele wereld, waaronder Beijing, Moscow, Princeton, Los Angeles, Quito en Seattle. Michiel Riedijk die in 1964 geboren is in Geldrop, behaalde zijn studie aan de TU Delft. In 1989 richt hij zijn eigen bureau op met Juliette Bekkering. In 1992 vestigen hij en Willem Jan Neutelings het architectenbureau Neutelings-Riedijk Architecten.

Op dit moment werkt zijn bureau met 30 architecten aan onder andere het Holland Casino in Utrecht, operagebouw “Kolizej Centre” in Ljubljana, het museum voor stadshistorie in Antwerpen, het stadhuis in Deventer, het cultuurhuis in Amersfoort en een hotel/winkelcentrum in Parijs.

Riedijk is voorts onder andere bekend van zijn monografische publicatie in El Croquis in 1999. In 2004 publiceerde hij zijn tweede monografische boek 'At Work' , dat wereldwijd werd uitgegeven in een speciale pocketversie.
04-10-2007 8:24


De grachtengordel van Amsterdam; bezongen in liederen, bezocht door drommen toeristen, kandidaat voor de Werelderfgoedlijst en het uithangbord van Amsterdam. Een prachtige herinnering aan de tijd van de glorieuze Gouden Eeuw. Maar is dat wel zo?

Wat weinig mensen weten, is dat een deel van deze geroemde grachtengordel niet het gekoesterde overblijfsel is uit onze fameuze Gouden Eeuw. De grachtengordel die wij kennen, is deels een zorgvuldig geconstrueerd stilleven. Architect A.A. Kok en zijn zoon IJsbrand creëerden dit beeld aan het begin van de 20e eeuw. Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) toont vanaf zaterdag 13 oktober in Zaal 2 een kleine selectie van de omvangrijke verzameling foto's die voor en na de restauratie van de grachtengordel zijn gemaakt.

Vader en zoon Kok pakten hun restauratie grondig aan. Ze gaven panden klok- en trapgevels, voegden nieuwe stoepen toe en vervingen grote ramen door vensters met kleine ruitjes. Deze 'make-overs' zijn in opdracht van Kok allemaal gefotografeerd. Door Kok de opdracht te geven de grachtengordel te restaureren, heeft Amsterdam al begin 20e eeuw stedenbouw en architectuur ingezet als propaganda voor de eigen stad. Citymarketing avant la lettre.

De aanpak van Kok is nog steeds voelbaar in het Amsterdamse monumentenbeleid van vandaag. Anno 2007 wordt de binnenstad van Amsterdam gerestaureerd naar het ideaalbeeld uit de 17e eeuw, want dit beeld is al decennia lang een van de meest lucratieve elementen van de Amsterdamse citymarketing. Kok maakte duidelijk dat het mooier maken van gebouwen een ware cash cow voor een stad kan opleveren.

De wandtentoonstelling Verheerlijking van de Gouden Eeuw is te bezoeken van 13 oktober 2007 tot en met 18 februari 2008 in Zaal 2 van het NAi. In deze zaal is ook de vaste opstelling GeWoon Architectuur te zien.

 

 

03-10-2007 17:10


Tijdens het Nationale Lichtcongres op 8 november in het Evoluon in Eindhoven wordt de winnaar bekend gemaakt van de NSVV Lichtaward 2007. Een onafhankelijke jury onder leiding van Piet van Staalduinen (algemeen directeur Syntens en lid van het NSVV-bestuur) heeft de vijftien inzendingen beoordeeld.

Het aantal had volgens de jury groter moeten zijn. Er worden immers in Nederland veel meer producten ontwikkeld, projecten uitgevoerd en concepten bedacht die zich voor inzending van deze award bijzonder goed lenen. De NSVV wil met de toekenning van de Lichtaward juist bijzondere initiatieven belonen en zichtbaar maken.

De jury was echter zeer verrast door de grote variëteit van de inzendingen. Het thema van het Nationaal Lichtcongres 2007 is een belangrijke leidraad geweest bij de beoordeling van de inzendingen: duurzaamheid van licht en duurzaamheid met licht.

De genomineerden zijn:
'Fontein Hofvijver duurzaam verlicht' door J.A. Markus (CityTec BV).
'MILA (Mobiele Interactieve Licht Applicaties)' door Frans Damen (Vereniging Elektrotechnische Installateurs, VEI).
'De plenopter en plenoptische functie - onze lichtomgeving bemeten en beschreven' door dr. Sylvia C. Pont (Universiteit Utrecht).

'De ontwikkeling van 2 nieuwe lantaarns voor de Amsterdamse binnenstad' door Hans Akkerman, DIVV gemeente Amsterdam.
'Lasertrainer' door Henk Stolk (Oostendorp Nederland BV).

Tijdens het Nationale Lichtcongres 2007 krijgen de genomineerden in het ochtendprogramma elk 3 minuten om zich te presenteren. Daarnaast zullen in de pauzes hun presentaties zichtbaar zijn op diverse lcd-schermen in de publieke ruimtes. Naar aanleiding hiervan kunnen de congresbezoekers hun stem uitbrengen voor de NSVV-publieksaward (object + cheque ter waarde van 2.000 euro) die aan het einde van het programma wordt uitgereikt. Daarna wordt de winnaar van de NSVV-lichtaward (object + cheque ter waarde van 4.000 euro) bekend gemaakt.

02-10-2007 16:27



De zesde editie van de Dutch Design Week vindt van 20 tot en met 28 oktober in Eindhoven plaats. Gedurende deze week zal er in de hal van het TNO-gebouw een overzichtstentoonstelling te zien zijn genaamd Rapid Manufacturing Eindhoven.

Rapid Manufacturing is een manier om virtuele informatie om te zetten in fysieke modellen. Dit gebeurt door het model in een machine laagje voor laagje op te bouwen uit een poeder of vloeistof. Het betreft een techniek die ontwerpers en kunstenaars de mogelijkheid biedt om snel inzicht te geven in complexe objecten of kleine productseries te realiseren.
In de hal van het TNO-gebouw is een overzicht te zien van de mogelijkheden die deze techniek biedt. Er zijn verlichting, sieraden, servies, speelgoed en ingenieuze kunstwerken te bewonderen van gerenommeerde ontwerpers en kunstenaars.
De tentoonstelling is te bewonderen aan de De Rondom 1 op het TU/e terrein. Rapid Manufacturing Eindhoven is van 22 oktober tot en met 26 oktober geopend van 9.00 tot en met 17.00 uur. Voor meer informatie kunt u ook een kijkje nemen op de website www.dutchdesignweek.nl.

Lezing De Hub
Tevens organiseert De Hub op 23 oktober een lezing bij TNO over Rapid Manufacturing / Prototyping. Daar wordt tevens een toelichting op de expositie gegeven. Aansluitend vindt in het laboratorium een demonstratie van deze techniek plaats. De lezing biedt plaats aan maximaal 30 mensen. Aanmelden is verplicht, het kan via www.dehub.nl.

02-10-2007 16:18

De genomineerden voor de Zuid Hollandse Vormgevingsprijs 2007 zijn onlangs bekend gemaakt. De Delftse spoorzone is dit jaar het thema van de Zuid Hollandse Vormgevingsprijs. De prijs kent drie categoriën: ruimtelijk ontwerp, visuele communicatie en productontwerp.

In totaal zijn er 42 inzendingen binnengekomen waarvan er vier genomineerd zijn in de categorie ‘ruimtelijk ontwerp’ en vier in de categorie ‘productontwerp’. Er zijn dit jaar geen nominaties voor ‘visuele communicatie’.
De Zuid Hollandse Vormgevingsprijs is een prijs van 2500 euro per categorie en ondersteunt jonge ontwerpers van de Zuid Hollandse onderwijsinstellingen. De provincie Zuid-Holland reikt deze prijs voor de 16-de keer uit. Ook is er een publieksprijs aan verbonden en van de inzendingen wordt een publicatie gemaakt. De winnaar wordt 1 november a.s. bekend gemaakt, voorafgaand aan de opening van de tentoonstelling waarop alle 42 inzendingen te zien zijn.

De prijsuitreiking en tentoonstelling bevinden zich in de hal van de Gist- en Spiritusfabriek van het DSM hoofdkantoor in Delft. De tentoonstelling is van 1 tot 25 november van woensdag tot en met zondag van 12.00 tot 18.00 uur te bezichtigen. De toegang is gratis.

Vanaf de opening van de tentoonstelling kan iedereen zijn voorkeur uit spreken voor een bepaald project. De publieksfavoriet met de meeste stemmen wordt daarna bekend gemaakt. Op de website www.zhvp.nl zijn de ingezonden projecten te bekijken evenals de informatie over de Zuid Hollandse Vormgevingsprijs.
02-10-2007 16:09



Om een impuls te geven aan het architectuurklimaat, de bouwproductie en het architectuurbeleid van Rotterdam organiseert AIR donderdag 11 oktober een (inter)nationaal vakdebat over de stand van zaken in de Rotterdamse architectuur in De Doelen. Ze doen dat in het kader van Rotterdam 2007 City of Architecture.

 

Onder de titel 'Reviewing Rotterdam' zijn drie internationale critici uitgenodigd om 25 gebouwen die kenmerkend zijn voor de Rotterdamse bouwproductie van de afgelopen dertig jaar in internationaal perspectief te plaatsen.

Jaime Salazar (Spanje), Angelika Schnell (Duitsland) en Michael Speaks (Verenigde Staten), hebben Rotterdam in april bezocht en op basis hiervan geven zij een kritische beschouwing op de architectuur en ruimtelijke ontwikkeling van Rotterdam.

Hun essays vormen de basis voor de (Engelstalige) internationale conferentie, waar met ontwerpers, beleidsmakers, bestuurders en opdrachtgevers wordt gediscussieerd over de vraag op welke manier het architectuurklimaat van Rotterdam een nieuwe impuls kan krijgen. Reviewing Rotterdam vindt vanaf 13.00 uur in De Doelen plaats. Aanmelden kan tot woensdag 10 oktober.

'Rotterdam herzien'
In november verschijnt bij uitgeverij 010 het boek 'Rotterdam herzien'. Hierin staan de beschouwingen van de critici, aangevuld met essays over het ruimtelijk beleid, de productie van en de reflectie op de architectuur van Rotterdam in de afgelopen dertig jaar. Het boek omvat daarnaast een serie van 25 portretten van personen die bepalend zijn geweest voor de vorming van Rotterdam als architectuurstad en een overzicht van de 25 beoordeelde gebouwen, de belangrijkste publicaties en manifestaties over Rotterdam.

02-10-2007 14:54


Ze stonden raar te kijken bij ETAP Verlichting gisterenochtend. Een heftruck reed de avond ervoor de stand van het verlichtingsbedrijf aan en de gevolgen waren ingrijpend: de hele constructie raakte uit het lood.

Niet veel mensen viel het op, maar de stand van ETAP stond scheef. Door de klap was een deel van het plafond ingestort en dat had weer een kolom in de stand beschadigd. "Geen leuke start, maar het had erger kunnen aflopen", zegt Christine Laureyns namens ETAP, terwijl monteurs volop bezig zijn de schade te herstellen.

ETAP pakt groot uit tijdens de beurs, die nog duurt tot en met vrijdag aanstaande. Het bedrijf presenteert een groot aantal noviteiten, waaronder oplossingen voor dynamisch licht, het nieuwe 'EBS'-gamma (een integrale oplossing voor noodverlichting) en 'ELM' (een ontwerp voor een geïntegreerd systeem van lichtregeling en energiebeheer). 

01-10-2007 9:04


Vandaag start in de Jaarbeurs te Utrecht de vakbeurs Elektrotechniek. Prominent aanwezig is MILA, een mobiel interactief licht applicatie center. Dit awareness project van Uneto-VNI is te bezichtigen in ‘lichthal' 11, stand E060.

 

Geïnteresseerden kunnen er informatie verkrijgen over de nieuwste ontwikkelingen op lichttechnisch gebied, van lichtbron tot armatuur. Tevens worden er twee maal per dag (met uitzondering van de vrijdag) gratis mini-workshops gegeven. Inschrijven is mogelijk via www.meutznerlichtdesign.nl of www.meutznerlichtopleidingen.nl. Aldaar vindt men een button ‘Beurs Elektrotechniek Utrecht'.

 

MILA is al op dinsdag 25 september op de standplaats in de beurs geplaatst, vanwege de bouwactiviteiten van de omliggende stands. Later in de week was de opstelplek niet meer te bereiken.

 

Ook zal tijdens de beurs in MILA de première plaatsvinden van de promotiefilm over zorg voor de installateur voor goede verlichting binnen de kaders verlichting detailhandel, zorg, opleidingsinstituten, kantoren en noodverlichting. De presentatie aan de sponsors van deze promotiefilm is gepland op donderdag 4 oktober om 17.30 uur in MILA.

 

Op vrijdagavond 5 oktober wordt MILA uit het beursgebouw gesleept en vertrekt met spoed naar Nuenen. Hier wordt MILA het hele weekeind voorzien van stickers voor de energie10-daagse die maandag 8 oktober start. Tot 19 oktober worden in het kader van de energie10-daagse de volgende steden bezocht en staat MILA representatief in opdracht van het Energie Centrum op de marktpleinen van Groningen, Leeuwarden, Hoogeveen, Emmeloord, Almelo, Apeldoorn, Wageningen, Houten, Den Helder, Hoorn, Zaandam, Leiden, Maassluis, Etten-Leur, Waalwijk, Helmond en Venlo. Per dag worden twee steden in het kader van promotie energiebesparing bezocht.

MILA wordt door het EC speciaal voorzien van stickers en een promotieteam bezoekt de MKB-bedrijven in de binnensteden en deelt goody bags uit met promotiemateriaal over Energiebesparing, verlichting, besturingen, cv-systemen, mini wkk's, et cetera.

 

De opening van de campagne ‘energiebesparing' zal volgens de planning plaats vinden in de MILA-trailer. De opening wordt verricht door de minister van EZ mevrouw M.J.A. van der Hoeven. MILA staat op maandag 8 oktober op het plein tegenover de Tweede Kamer in Den Haag.

 

Na de energie10-daagse gaat MILA de regio's in om cursussen te draaien voor leden van de VEI van Uneto-VNI.

MILA gaat op de volgende plaatsen voor cursussen staan:

Venlo week 43

Zoetermeer week 44

Amsterdam week 45

Zoetermeer week 46

Eindhoven week 47

Woerden week 48

Apeldoorn week 49

Het lesprogramma bevat de volgende cursussen:

Basisverlichting 2 dagen

LED-verlichting 1 dag

Noodverlichtingdeskundige 3 dagen

Projectmarketing, berekenen, meten verlichting en NV 1 dag

Dialux basic 1 dag

Relux basic 1 dag

Relux advantage 1 dag

Verlichting in kantoren, MKB, industrie en energie saving 1 dag

Verlichting woning & tuin, terrein, aanlichten gebouwen 1 dag

De cursussen eindigen in week 49 en starten in voorjaar 2008 in het kader van de 4-jarige looptijd van dit awareness project.

 

 

 






Terug

Combinatieaanbieding: 25% korting op abonnement vaktijdschriften Inside Information + Verlichting

U betaalt € 141,00, in plaats van € 188,00, voor totaal dertien nummers van Inside Information en Inside Information Verlichting.

Klik hier om een abonnement te nemen
 


Nieuwsarchief
Kantoor- en Projectmeubilair

Vloer, Wand & Plafond

Verlichting

Ontwerp/Architectuur

Overig nieuws

Archief voor oktober 2006


Naast nieuws en de hoofdnavigatie bovenaan onze site hebben wij nog meer rubrieken, namelijk:

- Agenda met beurzen en evenementen
- Vacatures
- Projecten uit de branche
- Geselecteerde filmpjes
  


- Aanmelden voor een abonnement
- Inschrijven op de e-mailnieuwsbrief

 


Agenda
Agenda-overzicht >