Cultuurverschillen Orgatec en Interieur

Na (helaas maar) 2 dagen Interieur in Kortrijk zijn we neergestreken in Keulen. Vanaf het vertrek deden we er ruim 3 uur over, mede vanwege diverse files door ongelukken in België. We zijn in blijde afwachting van de Orgatec, feitelijk ‘s werelds enige topbeurs op kantoorinrichtingsgebied, al denken ‘wegblijvers’ als Steelcase daar klaarblijkelijk anders over.

Voordat er misverstanden ontstaan: Interieur 08 is ook een topbeurs. Maar je kunt het geweldige vakevenement in Vlaanderen met de beste wil van de wereld geen kantoorinrichtingsbeurs noemen, hoewel er inmiddels beduidend meer kantoorinrichters staan dan op menige zich als kantoorinrichtingsevenement presenterende Nederlandse bijeenkomst.

Wat maakt ‘Kortrijk’  en ‘Keulen’ dan zo verschillend? Allereerst de uitgangspunten van de beurs. De Biënnale heeft minder pretenties. Je ziet er meer authenticiteit. Dat heeft voor- en nadelen. Zo kan het gebeuren dat een door jou met ‘bloed, zweet en tranen’ gemaakt artikel, dat je trots laat zien aan een interieurarchitect, tot de grond toe wordt afgebrand. Deze Vlaamse interieurontwerper had beslist geen last van de befaamde Belgische verbale ingetogenheid. Maar (gelukkig) word je ook de hemel ingeprezen om een mooie column, een fraaie foto, enzovoort. In Keulen beoordeelt men een tijdschrift op z’n zakelijke merites. En dat is logisch ook, want de Orgatec is een handelsbeurs.
Mede daardoor is ook de ‘dresscode’ tijdens Interieur minder strak dan tijdens de Orgatec, hoewel ook daar de laatste jaren een duidelijke verschuiving heeft plaatsgevonden. Maar nog steeds denken veel standhouders dat iedere beursbezoeker in vrijetijdskleding een architectonische creatieveling is. Een paar jaar geleden waren we een paar uur voorafgaand aan de opening van de Orgatec al op de beursvloer. Tot een kwartiertje voor de opening was er nog geen mantelpakje of driedelig grijs te bekennen. Even later bevolkten hele kuddes in beurstenue de stands. Koefnoen in het kwadraat.

Ook in aantal komen er vele malen meer (interieur)architecten naar Kortrijk dan naar Keulen. Dat heeft onder meer te maken met de noviteiten die je er ziet. Veel vervolg op ‘Milaan’, maar daarnaast ook daadwerkelijke nieuwigheden. Die architecten komen deels af op het brede designaanbod van de Biënnale en deels ook op het imago van de beurs, dat al jarenlang wordt bewaakt door een commissie wijze lieden. De ballotage creëert schaarste. Er zijn gevallen bekend van kantoorinrichters die (volgens mij bewust) diverse malen door de ballotagecommissie zijn afgewezen, daardoor zó gefrustreerd raakten dat ze alle troeven inzetten op Kortrijk – ze móesten en zouden daar aanwezig zijn – en dientengevolge geen of nauwelijks budget meer hadden voor deelname aan de Orgatec. Laatstgenoemde beurs heeft de ballotage jaren geleden noodgedwongen moeten loslaten. Het gevolg: een toenemend aantal exoten op de beurs, tot enthousiasme van vele lieden van het persgilde, maar dat enthousiasme wordt bepaald niet door iedereen gedeeld. Diverse Duitse topbedrijven proberen hun invloed aan te wenden om deze concurrentie uit lage-lonen-landen buiten de deur te houden. Was het kwaliteitsverschil tussen de meeste meubels uit Azië, Oost- en West-Europa 10 jaar geleden nog overduidelijk; de exoten wegzetten als inferieure bedrijven houdt tegenwoordig absoluut geen stand meer. Maar ‘Keulen’ heeft, nogmaals, de luxepositie niet meer om bedrijven te weigeren. Das war einmal. Sterker nog: de gerenommeerde (en hier en daar ook wat minder gerenommeerde) Aziatische en Oost-Europese bedrijven worden nu actief benaderd om deel te nemen aan de Orgatec. De Biënnale verkeert in een oneindig luxueuzere positie. De organisatie kan on-Belgisch hautain achterover leunen en de aanvragen beoordelen.

‘Kortrijk’  betekent ook: een volle kinderopvang, buggy’s in de gangpaden, bussen vol studenten. Toch is Interieur naar onze mening geen consumentenbeurs pur sang. De Biënnale is onvergelijkbaar met de woonbeurs in Amsterdam. Het is simpelweg traditie om met het gezin naar Kortrijk te komen. Vlaanderen is trots op zijn beurs en laat dat zien ook.
‘Keulen’ heeft ook redenen genoeg om trots te zijn. Het evenement heeft de laatste jaren te maken met tegenwind, maar houdt nog steeds stand. Grote partijen laten het afweten, maar zullen zich beslist achter de oren krabben als ze de imposante nieuwe Nord-hal zien, waar partijen als (onder veel meer) Sedus Stoll, Dauphin, HÅG, VDS, Wiesner Hager, Waldmann, Giroflex, Nurus en Girsberger zich presenteren. Ook in andere hallen roepen de stands geen enkele associatie op met een mogelijk naderende economische recessie.

Het is te hopen dat de bezoekersaantallen nog aantrekken. Nu, de eerste 3 uur van de beurs, is het nog erg rustig. Dat was overigens bij voorgaande edities ook het geval en toen trokken de bezoekersaantallen nog beduidend aan. De honderdduizend bezoekers waar ‘Kortrijk’  graag mee schermt, redden ze in ‘Keulen’  niet, maar met zestigduizend zou de organisatie al dik tevreden zijn. Twee jaar geleden kon men voor het eerst sinds jaren een toename van het bezoekersaantal noteren. Met 57.200 bezoekers passeerden er in 2006 5 procent meer belangstellenden de poorten van de Kölner Messe dan in 2004. Benieuwd waarop de teller dit jaar stil blijft staan. Feit is dat er in Keulen vrijwel uitsluitend vakbezoekers komen. In 20 jaar Orgatec kunnen we het aantal buggy’s op de vingers van één hand tellen.

Ondanks het getalsmatig mindere aantal bezoekers zijn er nóg twee duidelijke verschillen te constateren tussen ‘Kortrijk’ en ‘Keulen’. De Duitse beurs is vele malen groter. De hallen zijn immens, de stands van de grote concerns misschien minder groot dan in het ‘Voko-tijdperk’, maar nog altijd ‘mega’ vergeleken met Kortrijk. En Keulen is een mondiale beurs. Kortrijk heeft ook buitenlandse bezoekers (en gezien de kwaliteit van de beurs zouden dat er veel meer moeten zijn), maar deze bezoekers komen met name uit de buurlanden.

Overigens blijven we van mening dat het belachelijk is om twee van dergelijke grootheden tegelijkertijd te laten plaatsvinden.