Duurzaam ontwerp smaakvol licht

Duurzaam ontwerp, smaakvol licht
 
In Amsterdam werd onlangs een bijzonder gebouw opgeleverd. Het aan de Zuidas gelegen kantoorgebouw The Edge is voorzien van het Breeam Outstanding-certificaat. De verlichting in het gebouw is bijzonder. Een bijzondere rol was er voor lichtontwerper Robert Jan Vos
Aan de boorden van de A10 in Amsterdam is recentelijk een bijzonder kantoorgebouw verrezen: The Edge. Het markante glazen gebouw behaalde de hoogste Breeam-score die ooit is afgegeven. Mede door het gebruik van slimme technologie stootte het door OVG Real Estate ontwikkelde Amsterdamse kantoorgebouw van circa 40.000 vierkante meter de vorige titelhouder van ‘het meest duurzame kantoorgebouw ter wereld’ – One Embankment Place in Londen – van de troon. De hoge Breeam-score is het resultaat van innovaties op velerlei gebied, niet in de laatste plaats op het gebied van licht en verlichting. Dat begint al bij de keuze voor de architecturale vorm en positionering van het gebouw: het door PLP Architecture ontworpen gebouw is voorzien van een op het noorden georiënteerd atrium, dat ervoor zorgt dat daglicht de werkplekken bereikt. 
 
Het overvloedig binnenvallende daglicht wordt aangevuld met een innovatief kunstlichtsysteem. The Edge is namelijk het eerste gebouw dat gebruik maakt van een bijzonder nieuw product van fabrikant Philips. Dit zogenaamde Ethernet-powered LED connected lighting-systeem biedt gebruikers de mogelijkheid om het klimaat en licht van hun individuele werkplek te reguleren door middel van een applicatie op hun smartphone. Bij deze innovatieve technologie snijdt het mes aan twee kanten: de implementatie van het Philips-systeem bespaart niet alleen energiekosten, maar levert ook informatie op over hoe het gebouw wordt gebruikt. 
“Ook in de parkeergarage is gebruik gemaakt van slimme LED-verlichting”, vult Robert van Alphen, projectmanager namens OVG, aan. “Het systeem is voorzien van sensoren, waardoor het licht alleen schijnt wanneer er iemand in de parkeergarage is. Bovendien beweegt dit licht mee met de gebruiker. Dus het licht schijnt alleen daar waar het nodig is. Dit levert natuurlijk eveneens de nodige energiewinst op.”
Speciale aandacht kreeg het daglichtrijke atrium. Voor de verlichting van dit pièce de résistance van het gebouw werd lichtontwerper Robert Jan Vos in de arm genomen. “Men vond het atrium nog niet goed genoeg en vroeg mij om – binnen het bestaande budget – een oplossing voor het atrium te bedenken. Toen heb ik Hans Wolff erbij betrokken en gezamenlijk zijn we gaan kijken naar de mogelijkheden om de beleving van de architectuur verder te veraangenamen in die hoge ruimte.” Al snel kwamen Vos en Wolff tot de conclusie dat het bestaande budget niet voldoende was om de bestaande ambities mee waar te maken. “We moesten bepaalde belangrijke dingen achterwege laten vanwege het budget. Toen de opdrachtgever daarvan overtuigd raakte, kregen we meer geld en konden we ons écht richten op het verbeteren van de situatie.”
 
Vos heeft de nodige verlichtingsoplossingen toegevoegd aan het atrium en het entreegebied van The Edge. Zo realiseerde Vos – onder meer in samenwerking met interieurarchitect Fokkema en Partners – onder meer de verlichting van de voor de dertien ‘vlinderbalkons’ in de ruimte. “Dat was geen eenvoudige klus”, zegt hij. “We hebben de balkons uitgevoerd in glaspanelen, die elk voorzien zijn van een geëtst patroon van subtiele stipjes van enkele millimeters doorsnede . De ets zorgt ervoor dat het licht breekt waardoor het paneel als geheel gelijkmatig oplicht. Als het licht uit is lijkt het bijna transparant glas. In samenwerking met de aannemer G&S Bouw en EeStairs uit Barneveld is een constructiegemaakt waarbij de LED’s onafhankelijk gemaakt zijn van de glaspanelen. Op die manier kun je de glaspanelen eruit halen, zonder dat je de verlichtingsituatie wijzigt.”
Opvallend zijn voorts de grote ‘schubbenwanden’ in het atrium. “Het was mij meteen duidelijk dat we iets met deze wanden zouden moeten doen”, zegt Vos. Het atrium is overdag gevuld met daglicht, maar wanneer het daglicht afneemt, moeten de betreffende wanden blijven functioneren als projectvlak van licht. En daarvoor is dus kunstlicht nodig. “De beleving van de architectuur is gebaat bij een afgewogen combinatie van daglicht en kunstlicht”, zegt Vos.  
De ‘lichtwand’ – (gerealiseerd in samenwerking met LivingProjects) in het entreegebied mag er eveneens zijn. Door subtiel koel wit LED-licht te laten vallen op een wand van Corian is een ‘ijswand’ ontstaan die afwijkt van de rest van het ontwerp, zonder werkelijk te detoneren. 
 
Ook rondom de balie werd volop LED toegepast. De loopbrug boven de balie, die de overgang tussen de entree en de ‘kuil’ van het atrium markeert, werd door Vos getransformeerd tot een bijzonder lichtobject. “Het licht van dit lichtobject laten we meebewegen met de intensiteit en kleur van het aanwezige daglicht. Hierdoor krijg je het idee dat het daglicht veel verder het gebouw binnen valt dan eigenlijk het geval is.” 
Een in het oog springend element in het atrium zijn verder de verlichte loopbruggen. “De onderzijden van de in totaal 109 meter aan loopbruggen hebben we met behulp van twee LED-lijnen achter het akoestische spandoek zo verlicht, dat het markante elementen geworden zijn”, zegt Vos. “We hebben gekozen voor een opale afscherming van de LED-lijnen, zodat de lichtbron niet door het doek heen te onderscheiden is.” Op de bovenste loopbrug is voorts een doorlopende diffuse LED-lijn geplaatst die met 10 lux de gebruikers van de brug subtiel van onderen beschijnen. Op die manier zijn de mensen op onnadrukkelijke wijze zichtbaar als bewegend element in de ruimte. “Dat soort subtiele oplossingen brengt de architectuur tot leven”, weet Vos. “En dat is belangrijk: een prettige beleving van een ruimte doet veel voor het onbewuste welbevinden van mensen. En dat heeft weer een positieve invloed op hun productiviteit. Mensen die zich prettiger voelen werken ook prettiger en dus beter.”
 
(foto’s: Ronald Tilleman)