LEDs in monumentale kroonluchters

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) huist in een prachtig monumentaal eind 19e eeuws pand aan de Amsterdamse Herengracht. Recentelijk werden in opdracht van de Rijksgebouwendienst (Rgd) de bijzondere kroonluchters in het pand voorzien van LED-lampen, speciaal voor dit project ontwikkeld door Ramselaar Light Solutions. Ron Ramselaar en Maarten Brouwers, adviseur bij de RGD, vertellen over het bijzondere project. Auteur: Henk-Jan Hoekjen.



Kroonluchters met spaarlampen. Kunt u zich daarbij wat voorstellen? Medewerkers van het NIOD wel. Zij werkten namelijk jarenlang in een monumentaal gebouw waar de historische kroonluchters daadwerkelijk voorzien waren van spaarlampen (!). Sinds afgelopen december is dat anders. Het instituut huist weliswaar nog altijd in het prachtige uit 1890 daterende voormalige woonhuis Herengracht 380-382, dat werd ontworpen door architect Abraham Salm. De spaarlampen zijn echter inmiddels vervangen door passender verlichting. “Die spaarlampen in de kronen deden mij echt pijn”, vertelt Maarten Brouwers, adviseur bij de Rijksgebouwendienst (Rgd) en in die hoedanigheid nauw betrokken bij het vervangen van de verlichting in Amsterdamse gebouw. De Rgd is eigenaar van het pand en fungeerde dus als opdrachtgever voor de renovatie van de monumentale verlichting. “Eén van onze opdrachten was om een oplossing te vinden voor de kroonluchters. Deze historische armaturen waren namelijk toe aan een algehele renovatie. Dankzij Ron Ramselaar hebben we een prachtige oplossing kunnen realiseren.”

Trouwers werkt al jaren bij de Rgd en heeft zich gespecialiseerd op het gebied van het onderhoud van monumenten. “Bij dit monument was het vervangen van de verlichting hoognodig”, stelt hij. “De armaturen voldeden niet aan de geldende norm NEN 1010 en dus waren we genoodzaakt de voedingsdraden onmiddellijk door te knippen. Maar vervolgens stonden we voor de vraag: ‘wat nu?’. Op zichzelf behoefden we niet te zorgen voor de verlichting van de werkplekken, omdat die contractueel onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het gebouw valt – die verantwoordelijkheid wordt trouwens prima ingevuld door de toepassing van speciale bureaulampen. Wij hoefden ons dus alleen te buigen over de algemene verlichting, die we oplosten met eigentijdse functionele oplossingen. Maar vanwege de historische waarde van het gebouw, wilden wij ook de prachtige koperen kroonluchters in het gebouw als authentiek verlichtingselement behouden. En dus kwamen we voor de vraag te staan hoe we dat zouden moeten realiseren.”

Hierbij moest een aantal problemen opgelost worden: de nieuwe verlichting moest de sfeer van 1890 ademen en bovendien minimaal onderhoud vergen. “In 1890 werd er natuurlijk gebruik gemaakt van gloeilampen”, vertelt Brouwers. “Maar dat kan tegenwoordig niet meer door het gloeilampverbod. Ook los van dit verbod was de toepassing van deze technologie in dit project overigens niet verstandig. Gloeilampen gaan nogal eens kapot en sommige kronen – met name het hangende armatuur in het trappenhuis – zijn zo moeilijk te bereiken, dat de toepassing van gloeilampen ook vanuit dat oogpunt geen reële optie was.”
Via Rgd-architect Rob van Beek kwam men uiteindelijk uit bij Ron Ramselaar van Ramselaar Light Solutions. Omdat Ramselaar al jaren gespecialiseerd is op het gebied van LED-verlichting, werd hem gevraagd een LED-oplossing te ontwikkelen voor het NIOD-gebouw. Ramselaar nam deze uitdaging met beide handen aan. “Rob van Beek vroeg mij of het mogelijk was een lamp te maken, die voorzien is van LED-technologie, maar die het uiterlijk heeft van een heldere gloeilamp. Dat laatste was erg belangrijk, omdat de lampen in de kroonluchters gewoon in het zicht zitten; om het karakter van de kronen te behouden, was het dus essentieel dat de lampen een historische uitstraling kregen.”


Het product dat Ron Ranselaar ontwikkelde, ziet er uit als een goeilamp: het is een heldere glazen bol die is voorzien van een messing fitting.
     
In dat laatste is Ramselaar uiteindelijk glansrijk geslaagd. Het product dat Ramselaar ontwikkelde voor het project, ziet er inderdaad uit als een gloeilamp: het is een heldere glazen bol die is voorzien van een messing fitting. “Ik heb de onderdelen zelf bij elkaar gezocht”, vertelt Ramselaar. “De glazen bol heb ik op maat laten maken in een glasfabriek in Tsjechië. De benodigde elektronica heb ik ook speciaal ontwikkeld, omdat deze moest passen in de door ons uitgezochte messing fitting. Het licht komt uit een tweetal LED’s, die met de ruggen tegen elkaar geplakt in het bolletje zijn aangebracht. Deze LED’s hebben een langwerpige vorm, waardoor de suggestie gewekt wordt, dat zich in het bolletje ook echt een gloeidraadje bevindt.” Om de langwerpige LED is op instigatie van architect Rob van Beek een gespiraalde koperdraad geplaatst. Dit heeft twee voordelen: door de gele kleur van het koperdraad krijgt het LED-licht van 2.700 Kelvin een nog iets warmere uitstraling. Bovendien zorgt de reflectie van het licht op het koperdraad voor een nog gelijkmatiger aanblik van de lamp: ook wanneer men de twee tegen elkaar geplakte LED’s van de zijkant bekijkt, is er sprake van een mooi en sfeervol lichtbeeld.



De lichtstrekte can de LED- oplossingen is 40 lux, overeenkomend met de oorspronkelijke lichtsterkte van negentiende eeuwse gloeilampen.

In totaal zijn in het monumentale Amsterdamse pand zo’n 250 door Ramselaar ontwikkelde LED-oplossingen geplaatst. “De lampen werken op een externe voeding van 24 Volt”, vertelt Ramselaar. Het betreft dus geen retrofit-oplossing; in retrofit-lampen zit de voeding ín de lamp. Dat kan in dat geval ook eenvoudig, omdat retrofit-lampen geen heldere lampen zijn en de voeding dus in de bol verstopt kan worden. Maar ik had voor de elektronica alleen ruimte in de messing fitting. En daarin is natuurlijk geen ruimte voor een goede 24 Volts-voeding.”
Ramselaar heeft er alles aan gedaan om de oplossing zo authentiek mogelijk te maken. Zo bezocht hij het Elektriciteitsmuseum in Hoenderloo, om aan de hand van lichtmetingen te achterhalen hoe groot de lichtsterkte van 19e eeuwse lampen was. Brouwers knikt wanneer Ramselaar deze anekdote vertelt. “Men was destijds gewend aan kaarslicht”, zegt hij. “De Herengracht 380-382 was één van de eerste gebouwen met elektrisch licht. We kunnen ervan uitgaan dat de lichtsterkte er vergelijkbaar was met kaarslicht. Maar zeker weten doen we dat niet. Vreemd genoeg weten we namelijk betrekkelijk weinig over de 19e eeuw. Lange tijd is die periode namelijk beschouwd als architectonisch minder interessant. Van die opvatting zijn we ondertussen overigens wel teruggekomen.”


De bijzondere kroonluchters hangen op diverse plekken in het monumentale pand en geven het interieur daarmee het geheel eigen karkter.

De bijzondere LED-oplossingen in het NIOD-gebouw hebben uiteindelijk een lichtsterkte gekregen van 40 lux. “Het is dus echt sfeerverlichting”, benadrukt Brouwers. Gedurende een rondleiding door het gebouw wordt duidelijk wat de Rgd-adviseur hiermee bedoelt: de prachtige koperen kroonluchters in diverse formaten geven het indrukwekkende gebouw nog meer historisch cachet, zonder dat de verlichting een rol vervult met betrekking tot de functionaliteit.
“Doordat de LED’s slechts op 10 procent van hun volle vermogen worden belast, gaan ze zeker de door de fabrikant aangegeven 50.000 branduren mee”, vertelt Ramselaar tijdens de rondleiding. “En dat betekent dat het onderhoud inderdaad minimaal is.” De LED-specialist benadrukt dat de ontwikkelde oplossing eventueel ook op hogere lichtsterktes gebracht kan worden. “Ik heb ook wat dat betreft tests gedaan”, zegt hij. “Voor dit project waren dergelijke tests weliswaar niet relevant, maar wellicht kan een soortgelijke oplossing ook in andere omstandigheden worden toegepast.” Ramselaar glimlacht. “Ik vermoed namelijk dat we de komende jaren vaker de vraag gaan krijgen of er een helder LED-alternatief op de markt is voor de gloeilamp.”  


www.ramselaar.net
www.rijksgebouwendienst.nl